4 april 2023 – VRIJMOEDIG

LEZEN: Hebr. 10: 19-25                                                                                              Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon der genade.                – Hebr. 4:16

In onze tijd is mediteren in. Men richt zijn volle aandacht op eigen innerlijk, gevoelens en beleving. Zo zoekt men zingeving en een goed gevoel. Maar tot God bidden is niet maar voor onze bevrediging, voor het goede gevoel. Het is ook niet gericht op zaken van deze aarde. Nee, in ons bidden naderen wij de troon van de heilige en allerhoogste God in de hemel. De troon van de genade. Tot God bidden is een zaak van geloof. En in dat geloof naderen we door de Heilige Geest God in de hemel.

Voor een zondig mens zelf is het onmogelijk tot God te komen. Lichamelijk niet en geestelijk niet. God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis (1 Joh.1:5). God is heilig en verdraagt geen enkele zonde. Dus van onszelf hebben we geen enkele vrijmoedigheid om tot God te naderen, vanwege onze zonden. 

Maar dat is anders geworden door het verzoeningswerk van Christus, onze grote Hogepriester. Zijn verzoenend bloed dat Hij aan het kruis heeft gestort reinigt ons van alle zonden. Op dat offer pleit Hij nog als Hogepriester in de hemel. Alleen daarom mogen we nu wel tot God naderen. We gaan dan als het ware door het voorhangsel van Zijn vlees het hemels heiligdom binnen (Hebr. 10:20). 

Vrijmoedigheid betekent niet alleen dat je durft te zeggen wat je moet zeggen, maar daartoe ook het recht hebt. Dat recht is ons verleend door Jezus Christus. Het is dus een uitermate kostbare zaak dat we tot God mogen bidden! Maar dat recht is er niet automatisch, het vraagt een waarachtig hart en volle zekerheid van het geloof (zie ook vers 35).   

Past vrijmoedigheid wel bij ootmoed?

Zingen: Ps. 24:3                                                

Pdf maken (via Printen)