De Kerk – zaak van geloof III

by T.L. Bruinius | 15 april 2023 06:00

Calvijn
We laten nu, over de kerk, Calvijn zelf aan het woord:
“Als merktekenen waaraan de kerk te onderscheiden is, noemen wij de prediking van het Woord en de bediening van de sacramenten. Die kunnen namelijk nergens voorkomen zonder vrucht te dragen en onder Gods zegen te gedijen.
Ik zeg niet dat er overal waar het Woord gepredikt wordt, meteen vruchten komen, maar dat het waar het aangenomen wordt en een vaste plaats verkrijgt, blijk geeft van zijn werkzame kracht. Hoe dan ook, waar met eerbied geluisterd wordt naar de prediking van het Evangelie en de sacramenten niet veronachtzaamd worden, daar treedt, afhankelijk van de tijdsomstandigheden, een onmiskenbare en ondubbelzinnige gedaante van de kerk aan het licht. Niemand kan ongestraft het gezag van de kerk verachten, haar vermaningen naast zich neerleggen, haar besluiten tegenwerken of de draak steken met haar berispingen, en nog veel minder haar afvallig worden en de eenheid met haar verbreken.
De Heere slaat de gemeenschap met zijn kerk namelijk zo hoog aan dat Hij ieder voor een overloper en deserteerder van de godsdienst houdt die de brutaliteit heeft om zich te onttrekken aan welke christelijke gemeenschap ook, als die maar ware dienst van het Woord en van de sacramenten in ere houdt.
Zoveel waarde hecht Hij aan haar autoriteit dat Hij het als een inbreuk op Zijn eigen gezag beschouwt, wanneer die geschonden wordt.
Het heeft immers niet weinig te zeggen dat de kerk aangeduid wordt als “steunpilaar en grondslag van de waarheid”, en als “Gods huis”. (1 Tim. 3: 15). Met deze woorden geeft Paulus te kennen dat de kerk getrouw de wacht houdt over Gods waarheid, opdat die in de wereld niet te gronde gaat. Want door de dienst en de werkzaamheid van de kerk wil God de zuivere prediking van zijn Woord in stand houden en zich jegens ons een huisvader betonen, door ons van geestelijke voedsel te voorzien en te zorgen voor alles wat tot onze zaligheid nodig is.
Geen gewone lof is het ook als er gezegd wordt dat Christus de kerk uitverkoren en afgezonderd heeft tot Zijn Bruid, die zonder vlak of rimpel zou zijn, tot Zijn lichaam en Zijn volheid. (Ef. 1: 23) (Ef. 5: 27).
Daaruit volgt dat verlaten van de kerk een verloochening van God en Christus is en daarom moeten we ons te meer hoeden voor zo’n misdadige scheiding. Want als we met alles wat in ons is, uit zijn op de ondergang van Gods waarheid, zijn wij het waard dat Hij de bliksem van Zijn toorn met alle kracht op ons laat neerkomen om ons te verpletteren. Er is ook geen vreselijker wandaad te bedenken dan in goddeloze ontrouw het huwelijk te schenden dat de eniggeboren Zoon van God zich verwaardigd heeft met ons te sluiten. (Inst. Boek IV-I, §10)”.

Niemand
Zien we nu hoe ernstig de zaak van de kerk is? Calvijn toont aan dat niemand zich van de kerk van de Heere mag losmaken. Niet, zo lang er de kenmerken van de kerk gezien worden. Uit de kerk weggaan betekent ten diepste verloochening van God en Christus. Verbondsbreuk. Ongeloof. En we mogen dat ook van de andere kant zeggen: je mag daar ook niet van wegblijven. Je niet voegen bij die ene kerk van de Heere, die duidelijk te kennen is, is ongehoorzaam zijn aan Christus.
Zo geeft Calvijn de grote betekenis aan van het gelóven van de kerk.
Ja, maar …… Ik word oneerlijk behandeld in deze kerk. De sfeer is hier slecht. De kerkraad luistert niet naar mij. Er wordt naar mij niet genoeg omgezien. En er zijn wel meer kerken te kiezen …… De weg naar eenheid duurt veel te lang ……..
Nee, geen “maar”. En geen keuze. Want dat zijn allemaal menselijke redenen. Het gaat over zonden. Zonden van mensen. Het gaat over zelf weten. Over eigenwillige eredienst. Over vooruit lopen op, of zelfs negeren van de door Christus geboden kerkelijke eenheid. De zonden van mensen maken niet dat de kerk geen kerk van de Heere zou zijn. Ze maken niet dat we de kerk de rug mogen toekeren. Ze maken niet dat er wel meerdere ware kerken naast elkaar kunnen bestaan.
“De zuivere bediening van het Woord en de zuivere manier om de sacramenten te bedienen vormen een geschikt onderpand en waarborg dat wij een gemeenschap waarin die beide voorkomen, veilig als een kerk kunnen aanvaarden. Als wij dit zeggen betekent dit ook dat een kerk in geen geval afgewezen mag worden, zolang zij daaraan vast houdt, zelfs indien ze in andere opzichten vol gebreken is.” (Inst. Boek IV-I,§12)

Geen enkele reden
Als de kenmerken van de kerk aanwezig zijn, dan is er niets dat een reden kan zijn om weg te blijven van de kerk. Om het ergens anders te gaan zoeken. Of om niet in grote ernst de eenheid in de waarheid na te jagen. De kerk kan vol fouten zijn, fouten van mensen, maar die bepalen de kerk niet. De kerk is van de Heere. Daarom mogen we alleen letten op de kenmerken van de kerk die de Heere ons geopenbaard heeft.

Niet lichtvaardig
Niet lichtvaardig de kerk verlaten. Of bij haar weg blijven. Ja, nóóit de kerk lichtvaardig negeren of er bij weg gaan. Nóóit zomaar kiezen op eigen gevoel.
Niet om kleinigheden. Niet om menselijke zonden en gebreken. Nooit afzien van de kerk omdat die me niet aanstaat.
De kerk van de Heere verlaten, lichtvaardig verlaten, of negeren, of doen alsof we met gemak een andere kerk kunnen kiezen, is zonde en verbondsbreuk. Want de kerk is van de Heere.

Maar ……
Maar hoe zit het dan met het herkennen van andere kerken? Hoe moeten we dan zien naar andere, in onze ogen trouwe kerken van Christus? Waarmee we niet één zijn maar waarmee we ons wel verwant voelen?
In een volgend artikel willen we ingaan op het grote gevaar van het denominationalisme, het naast elkaar bestaan van kerken en gemeenten zonder dat daadwerkelijk de kerkelijke eenheid wordt gezocht.

                                                                                                              (wordt vervolgd)

Source URL: https://www.bouwen-en-bewaren.nl/2023/04/15/de-kerk-zaak-van-geloof-iii/