LEZEN: Luk. 11: 5-13.
Immers, zovele beloften van God als er zijn, die zijn in Hem (Christus) ja en in Hem amen, tot verheerlijking van God door ons. – 2 Kor. 1: 20
We beëindigen onze gebeden met “amen”. Dat is een tweede natuur geworden. Wat zeggen we daarmee? Het betekent niet: nu is mijn gebed klaar. Nee, het woord amen betekent: Het is vast en zeker, zó is het. Het komt uit het oude testament. Daar, en ook wel in het nieuwe testament, werd het gebruikt om volmondige instemming te geven aan een zegen of lofzegging. Je drukt met amen uit, dat je er met heel je hart achter staat.
Als slot van het Onze Vader beaam je dat alle kracht en macht en heerlijkheid toehoren aan onze God en Vader. Zo bevestig je ook dat God de kracht en macht heeft om alles wat je gebeden hebt tot uitvoering te brengen. Dat Hij je gebed niet alleen aanhoort, maar ook verhoren zal. Dat amen geldt zonder meer voor gebeden die uitgaan van Gods beloften. Je weet zeker dat God die zal verhoren.
In het aangehaalde vers van 2 Kor. 1 wordt “amen” juist daarvoor gebruikt. Het bijzondere is dat ook hier weer Jezus Christus wordt genoemd. Hij door Wie wij God kinderen zijn geworden en Hem Vader mogen noemen. Christus Zelf staat garant voor de verhoring van onze gebeden. Ook daarvoor is Hij onze grote Voorspraak. Hij pleit op al Gods beloften die door en in Hem werkelijkheid zijn geworden voor allen die in Hem geloven als hun Zaligmaker. Zo helpt Hij aan Vaders rechterhand allen die Hem liefhebben op de juiste tijd (Hebr. 4:16).
Op aarde zei Jezus daarom al tot zijn discipelen, dat zij rechtsreeks tot de Vader mogen bidden, als ze dat doen in Zijn naam. De Vader zal hen dan alles geven. (Joh. 16: 23-28). Want de Vader heeft hen lief omdat zij Jezus hebben liefgehad. Zo staat ook Christus achter ons “amen”.
Spreek je ‘amen’ in je gebed ook heel bewust uit?
Zingen: Ps. 138: 4
