Wordt als gehoorzame kinderen niet gelijkvormig aan de begeerten, … maar … heilig in heel uw levenswandel … – 1 Petr. 1:14-16
Voor Petrus zijn gelovigen kinderen van de gehoorzaamheid. Zij onderscheiden zich van de kinderen van de ongehoorzaamheid. Dat zijn de mensen die God niet liefhebben en niet volgen. Gods kinderen moeten niet meedoen met de zondige begeerten van de wereld.
Vroeger waren de lezers kinderen van de òngehoorzaamheid. Zij deden eerst ook waar ze zelf zin in hadden, zoals de wereld dat doet. Maar Petrus wijst nu op het verbond: als verbondskind ben je door de Heere apart gezet van de wereld die in ongehoorzaamheid leeft. Wie uit genade tot Gods kinderen zijn aangenomen, mogen zich niet meer gelijkmaken met de mensen van de wereld. Laten ook wij ons daarop beproeven: nemen we afstand van begeerten van de wereld?
Het verschil tussen op God gericht zijn of op wereldse verlangens blijkt als je bijvoorbeeld het internet opgaat. Zoek je op wat bij God past, of waar God een afschuw van heeft? Petrus zegt: het komt erop aan of je je aanpast aan God. Vers 15: Maar zoals Hij Die u geroepen heeft heilig is, wordt zo ook zelf heilig in heel uw levenswandel.
God is heilig en wil dat ook bij ons zien als Zijn kinderen. Heilig is voor ons afgekeerd van de zonde en toegekeerd naar God. We moeten ons dus niet aanpassen aan de wereld, aan verkeerde begeerten. Maar we moeten passen bij God, gelijkvormig worden aan Hem, Zijn beeld vertonen. In heel onze levenswandel. Petrus geeft dit alle nadruk met het absolute gezag van Gods Woord: Want er staat geschreven!
God Zelf zegt: Wees heilig want Ik ben heilig (Lev. 11:44,45). Dat is toch het einde van alle tegenspraak?
Check je of de dingen die je doet, passen bij God?