Isolement en antithese I

T.L. Bruinius

De Kerk bevindt zich in het isolement. Dat is voor velen onder ons wel een bekend begrip. Isolement is letterlijk “: afgezonderdheid”. En die afzondering ervaart de kerk. Als de kerk volkomen trouw wil zijn in het Verbond, als de kerk zich geheel wil houden aan Gods Woord, en dat Woord wil laten heersen over het hele leven, zoals de Heere vraagt, ja, dan komt de kerk apart te staan. Alleen. Afgezonderd van de godloze wereld. Afgezonderd ook van, we gebruiken het woord toch maar want zo spreekt de belijdenis, afgezonderd ook van de valse kerk. Dat is de onwettige kerk. De organisatie die het Woord heeft losgelaten en zich ten onrechte kerk noemt. Die niet is de plaats waar de Heere roept.

Slachtoffer?                                                                                                                   Dat isolement ervaart de kerk en ervaren wij, leden van Christus’ Kerk, in heel ons leven. In veel zaken staan we er naast. We kunnen niet echt meedoen. We worden niet voor vol aangezien. Dat is het isolement van  Gen. 3: 15: “ En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht;…”Het is de afzondering van Matt. 10: 22: “En u zult door allen gehaat worden omwille van Mijn Naam;… “ Het is het toekomstgezicht van Opb. 13: 17: “…. en het maakt dat niemand kan kopen of verkopen, behalve hij die dat merkteken heeft, of de naam van het beest of het getal van zijn naam.”

In onze beleving is dat vaak een soort slachtofferrol: de Kerk zóekt het isolement niet maar het wordt haar òpgedrongen. Om dat ze vast wil houden aan het geloof. Anderen zetten de kerk, zetten ons in het isolement. Het overkòmt ons. En ja, dat aspect zit er zeker in. Niemand wil graag steeds meer alleen komen te staan. Dat zit ook niet in onze natuur.

Maar er is meer te zeggen van dat isolement. Je kunt, ja, je móet in zekere zin toch ook dat isolement zóeken. Dat klinkt raar maar het is heel Bijbels. Dat heeft te maken met nog een andere, heel rijke betekenis van dat begrip isolement. Is dat niet vreemd? Hoe zit dat dan?

Negentiende eeuw                                                                                                      Om een antwoord op die vraag te vinden nemen we u mee naar de negentiende eeuw. Zoals vaak kan ook hier de geschiedenis van de kerk ons op het juiste spoor zetten. De negentiende eeuw, dat was de eeuw van twee grote reformaties: Afscheiding en  Doleantie. Van de Vereniging in 1892. De eeuw van de schoolstrijd. Van de opkomst “der kleine luyden”.  Van emancipatie en van het leggen van de grondslagen van onze Nederlandse democratie.

Zo rond het midden van de negentiende eeuw zijn er in politiek en maatschappij twee richtingen. We geven het heel globaal aan. Politieke partijen zijn er nog niet maar wel groepen en stromingen. Er is een krachtige liberale stroming. Gebaseerd op de beginselen van de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap; geen God en geen meester. Daarnaast en daartegenover, soms wat vermengd, kent ons land een conservatieve stroming. Gericht tegen de liberale, in feite revolutionaire veranderingen. Strevend naar het behoud van oude en goede waarden en gebruiken.

Ook heel veel christelijke politici en opinieleiders scharen zich onder de paraplu van de conservatieven. Dat is te begrijpen. Christenen zijn geen revolutionairen. Toch zit daar ook een andere kant aan. Is het liberalisme een stroming zonder God, het conservatisme is dat ook. Het gaat in het conservatisme niet om behoud van zaken omdat ze de Heere welgevallig zijn. Maar enkel en alleen uit behoudzucht. Gewoon alles laten zoals het is. Dat geeft zekerheid en rust, lijkt het.

Groen van Prinsterer                                                                                                    In die situatie treedt mr. Guillaume Groen van Prinsterer op. Historicus en staatsman. Gereformeerd historicus en staatsman, mogen we wel zeggen. Gezegend met rijke gaven. Groen (zo korten we zijn naam af) geloofde helaas de kerk niet, zoals we die belijden. Hoewel hij krachtig de afgescheidenen steunde en ook wel bij hen kerkte, bleef hij zijn hele leven Hervormd. Maar in zijn werk als historicus en politicus was hij echt gereformeerd. Daarom kunnen we wel heel goed van zijn werk en inzichten gebruik maken. Zijn werk mocht de grondslag vormen voor de ARP. En na de Vrijmaking in 1944 van het GPV. Vandaag de dag is zijn gereformeerde visie helder te zien bij de SGP. En nog voor een heel klein deel bij de CU.

Groen riep christelijke leiders en politici met kracht op om weg te komen onder de paraplu van het conservatisme. Op grond van zijn geloof. Hij riep op tot zelfstandigheid. Christelijke zelfstandigheid. Om te werken vanuit het Evangelie, niet vanuit conservatisme. Dat moet de basis zijn voor het werk in politiek en maatschappij. In de conservatieve beweging is het niet mogelijk om te laten zien dat onze Heere heerschappij heeft over alles.

Dan ga je maar meedoen. Dan houd je je veilig en aangenaam op binnen de geaccepteerde hoofdstromen. Dan pas je je aan en zoek je al in je uitgangspunten het compromis. Maar God komt niet aan Zijn eer.

Groen stelt: er is maar één remedie tegen de revolutie: het Evangelie. Maar daarvan kun je alleen getuigen als je dat zelfstandig doet. Zichtbaar. Dan heeft je inbreng kracht. Het Evangelie, Gods Woord, en Gods Woord alleen. En nu komen we in de richting van een antwoord op de vraag hoe het dan zit met het zoeken van het isolement.

(wordt vervolgd)

Pdf maken (via Printen)