Antithese
Ja, het hele leven kent uiteindelijk maar twee “partijen”. In Genesis 3 openbaart de Heere ons de geschiedenis van de zondeval. De geschiedenis van de opstand van de mens tegen God. De mens die aan God gelijk wil zijn. Die zelf heer en meester is. De grote revolutie. Het begin van de omkering van alle dingen die God geschapen heeft, zo omschrijft Groen het begrip “revolutie”. Tegen de eerste en grote revolutie stelt de HEERE zijn machtig beloftewoord. Het “eerste Evangelie”, zo wordt de Moederbelofte, Genesis 3: 15, wel genoemd.
En dat Woord van God maakt scheiding. Tussen die twee “partijen”: de nakomelingen van de vrouw en de nakomelingen van de slang. Twéé partijen. Geen drie of vier. Geen tussen-partijen, geen onafhankelijke middengroep. Nee. Aan de ene kant Gods kinderen, zij die in de Heere geloven, Hem gehoorzaam willen volgen en alle revolutie en eigenwilligheid verwerpen. En aan de andere kant de overigen. Zij die niet het volle Evangelie en het hele Woord van God aannemen en geloven. Dat is de antithese, de grote tegenstelling.
Opdracht
De Moederbelofte en de instelling van de antithese is niet alleen een belofte. Want die belofte houdt ook een opdracht in. Een grote opdracht. Namelijk om nu steeds de goede “partij”, de goede kant te kiezen. En het is geen vrije keus. Die keus moet gemaakt worden in gehoorzaamheid. Die keus kan en mag alleen zijn de kant van de Heere. De kant van het Verbond. De kant van geloof en trouw vasthouden aan alles wat de Heere in de Bijbel openbaart. De kant van het Leven. Het Leven in Christus.
Ja, dat is de grote opdrachr. De opdracht om te blijven staan op het fundament. Om te strijden tegen het zaad van de slang.
Groen legt zelf het verband tussen het isolement dat hij voorstaat en de door God ingestelde antithese. De antithese beheerst de wereldgeschiedenis. Tot de Jongste Dag. Daaraan vasthouden en van daaruit werken hoort bij het isolement.
Scheiding
En natuurlijk willen we nu graag weten waar die antithese precies ligt. Waar de grens is tussen vrouwenzaad en slangenzaad. Waar de scheiding loopt.
Eigenlijk is dat niet zo moeilijk. Die loopt tussen geloof en ongeloof. Tussen gehoorzaamheid en eigenwilligheid. En dan staat de kerk aan de kant van het geloof en de afvallige kerk aan de kant van het ongeloof. De afvallige kerk, hoewel die heel aantrekkelijk kan lijken, en we noemen het nu toch maar de valse kerk, zoals ook de belijdenis spreekt, werkt samen met de ongelovige wereld om de ware, de wettige, de door Christus bijeen gebracht kerk uit te roeien. Lees nog maar eens Openbaring 17.
Om die scheiding, die antithese echt te zien moeten we wel zien en geloven wat en waar de kerk is. Tegenwoordig is het mode om de antithese niet meer te leggen tussen ware kerk aan de ene kant en wereld en valse kerk aan de andere, maar om te doen alsof het gaat om alles wat zich kerk noemt samen tegen de wereld. Dat is een ernstige misvatting.
Ja, en soms wordt die antithese ook zichtbaar ìn de kerk. Als we weigeren het isolement te kiezen. Als we gaan voor ruimte en eigenwilligheid. Als we het gevaar lopen de “eerste liefde” (Op. 2: 4) te verlaten.
Isolement en antithese
Er gebeurt van alles om ons heen. De wereld verandert in hoog tempo in een anti-christelijke chaos. Daar midden in staat de kerk. Staan wij. Beïnvloedbaar. Aangevochten. In grote verleiding. Wat moet onze houding zijn? We mogen het leren van Groen van Prinsterer: in het isolement ligt onze kracht. In het vasthouden aan het Evangelie. In het vasthouden aan de antithese. In het vasthouden aan het Verbond. Zonder compromissen. Dat is het fundament. Dat is ons beginsel.
Vasthouden aan dat isolement, aan die beginselvastheid, dat betekent voortdurend nagaan wat de Heere van ons vraagt. Steeds weer samen de Bijbel open doen. En de belijdenisgeschriften, waarvan we belijden dat ze Gods Woord naspreken.
Samen ook steeds weer kijken naar de kerkgeschiedenis. Hoe onze Verbondsgod de eeuwen door Zijn verbondsvolk, Zijn kerk bewaart in de strijd en voert naar de Jongste Dag. En daarvan leren. Zoals de Heere in Zijn Woord vraagt.
Heel gewoon samen eenvoudig gehoorzaam zijn.
Dan verdwijnt alle “ik vind”, “ik wil”, “ik denk” en “ik zie” uit beeld. Dan gaan we menselijke “processen” en wel of niet vermeende naastenliefde geen voorrang geven op de eenvoudige roeping om Gods Woord te laten staan. Dan gaan we ook zelf toetsen wat er gebeurt, vanuit onze persoonlijke verbondsverantwoordelijkheid. Opdat voor ons het Woord van Openbaring 2; 4 en 5 geen werkelijkheid wordt.
Dat is ons isolement. Onze afgezonderdheid.In dat isolement ligt onze kracht.Ja, de Heere Zelf zal er kracht aan verlénen.Hij zal het doen en Hij zal het werk van Zijn hand niet loslaten.
Laten we in geloof zien op het Woord van Christus in Op. 3: 11b: “Houd vast wat u hebt, opdat niemand uw kroon zal wegnemen.” En als we door de genade van de Heere staande mogen blijven, in aanvechting en verzoeking, door werken en strijd, dan is er die geweldige belofte van vers 12: “Wie overwint, hem zal Ik tot een zuil in de tempel van Mijn God maken, en hij zal daaruit niet meer weggaan.”
