LEZEN: 1 Tim. 6:11-14: U echter …. Strijd de goede strijd van het geloof, grijp naar het eeuwige leven,… Ik beveel u … dit gebod onbevlekt en onberispelijk in acht te nemen …
Paulus waarschuwt voor dwaalleraars en hen die rijk willen worden en daarbij hun geloof verliezen. Daartegenover roept hij nu Timotheüs en allen die God toebehoren op, geen dwaalleer te volgen en de begeerten van de oude mens te ontvluchten.
Ontvluchten doe je bij gevaar. Het gevaar is verleiding die aanhaakt aan zondige begeerten van je oude mens. Ontvluchten is dan: die verleiding niet opzoeken.
Tegelijk spoort Paulus aan om te leven met alle liefde, inzet en geloofsijver. De geloofsactiviteit van het ontvluchten van het kwade en het najagen van het goede is de goede strijd van het geloof. Die strijd kan alleen gestreden worden in de kracht van de Geest, maar vraagt wel nauwgezette gehoorzaamheid en hartelijke toewijding. Die strijd is goed omdat je in dienst staat van Christus, en om wat je najaagt (vs. 11).
De goede strijd lijkt op een wedloop: de beloning is het eeuwige leven. Dat houd je voor ogen! Verder is die strijd niet vrijblijvend.
Timotheüs was er bij zijn ambtsbevestiging toe geroepen. Paulus geeft hier geen advies, maar een bevel: Strijd. Volg dit gebod onberispelijk op tot aan de wederkomst. “Dit gebod” heeft betrekking op alles wat Christus ons geboden heeft te doen in Zijn dienst (Matt. 28:19).
Dat betreft in de eerste plaats onderwijzen van volken en dopen. Naast apostelen gaat dat alle ambtsdragers aan, maar ook gemeenteleden die in het ambt aller gelovigen als koningen ook strijders zijn (HC V&A 32).
Deze goede strijd is zwaar, maar is toch mogelijk door de bijstand van God Die alle dingen levend maakt. Hij is almachtig en geeft je kracht!
Laat Timotheüs ook op Christus letten: Hij Zelf was standvastig in de waarheid tegenover Pilatus, zelfs met de dood voor ogen. Ook Hij zal je helpen.
Waarom hoort bij geloof altijd strijd?
Zingen: Gez. 13:5
