LEZEN: Jes. 58:1-10
Beveel de rijken in de tegenwoordige tijd, dat zij niet hoogmoedig zijn, en hun hoop niet gevestigd houden op de onzekerheid van de rijkdom, maar op de levende God, Die ons alle dingen in rijke mate verschaft om ervan te genieten; ook om goed te doen, rijk te zijn in goede werken, vrijgevig te zijn en bereid om samen te delen. Zo verzamelen zij voor zichzelf een schat: een goed fundament voor de toekomst, opdat zij het eeuwige leven verkrijgen. – 1 Tim. 6:17-19
Als gelovigen zijn we nu al rijk in het geloof, maar dat zal vooral blijken bij de verschijning van onze Heiland en in de toekomstige tijd van de eeuwige heerlijkheid. Maar als je rijk bent in de tegenwoordige tijd, op aarde, kan het moeilijk worden om de rijkdom van het komend Koninkrijk binnen te gaan. Zo leerde de Heere Jezus dat de rijke jongeling (Mark.10:23-25). Hij maakte dit ook duidelijk in de gelijkenis van de rijke en de arme Lazarus.
Dat wil niet zeggen dat je niet rijk mag zijn. Maar, zegt Paulus, dan moet je het niet van je aardse rijkdom verwachten, want die vergaat. Vestig dan je hoop op de levende God die je het eeuwige leven kan schenken. Ja, Hij is ook nu de Bron van al het goede en geeft je op aarde het nodige om van te genieten. Namelijk alles waar je Hem voor kunt bidden en danken (4:4,5). Hij geeft het zelfs in rijke mate: veel meer dan wij verdienen.
Timotheüs moet de rijken leren niet hoogmoedig te zijn, niet te pochen op hun rijkdom en zich niet de meerdere te voelen van hen die niet rijk zijn. Laten ze die rijkdom dan gebruiken om goed te doen, om ermee te doen wat God aangenaam is: anderen helpen, vrijgevig zijn aan armen en bereid zijn om samen te delen. Daarop rust de zegen van de Heere.
Dan verzamelen zij voor zichzelf een schat in de hemel: het eeuwige leven met de levende God! Laten we ons aangesproken weten door deze woorden van God in een tijd dat velen overvloed hebben!
Is het gemakkelijk om “samen te delen” met anderen?
Zingen: Ps. 112:4
