LEZEN: Jes. 1:5-8
De dochter van Sion is overgebleven als een hutje in een wijngaard, als een nachthutje op een komkommerveld … – Jes. 1:8
God typeert in vers 4 Zijn volk als ‘hét zondige volk’. Het leeft in zonde, maar erkent dit niet. Het volk heeft Gods heiligheid versmaad, en zich van Hem vervreemd. Ze hebben zich van Hem afgekeerd en laten alleen nog maar zonde zien. Zo is Juda net als Israël terechtgekomen in goddeloosheid. Het heeft de route gevolgd waartegen door Mozes al zo indringend gewaarschuwd is (Deut. 32).
Dan stelt de Heere in vers 5 de vraag: Waarom wilt u nog meer geslagen worden? De Heere heeft hen al zo vaak gestraft, met buitenlandse invasies en plunderingen. Is dat niet genoeg geweest? U gaat gewoon door met uw afvalligheid.
De Heere vergelijkt Zijn strafgerichten met lichamelijke ziekten en pijnlijke wonden. Hij wil daarmee zeggen: Wees niet zo dwaas om op je heilloze weg verder te gaan. Dat levert alleen maar straf op.
In vers 7 en 8 stelt de HEERE de huidige situatie vast: Het land is een woestenij, de steden zijn met vuur verbrand, het bouwland is leeggeplukt door vreemdelingen. En Jeruzalem, die sterke stoere stad, wat is daarvan overgebleven? Het lijkt meer op een hutje in een wijngaard of komkommerveld. Zo’n gammel hutje gemaakt van wat takken en bladeren, om een wijngaard of bouwland te bewaken tegen indringers. Zo is het belegerde Jeruzalem de ondergang nabij.
Hoe staat het vandaag met het christendom? Nederland is al lang geen christelijke natie meer zoals het was na de grote reformatie. De geboden van de HEERE worden met voeten getreden. En wat is er van de kerk overgebleven?
Maar hoe staat het met ons eigen leven? Bouwen wij de kerk als we kwaadspreken, andere gemeenteleden links laten liggen, of onze tijd verdoen met wereldse zaken? Laten we ook dat in rekening brengen, als we de schamele omvang van de kerk zien. Hoe staat het met onze eerste liefde na de laatste vrijmaking?
Wat is als kerk onze “eerste liefde” (Openb. 2:4)?
Zingen: Ps. 79:3
