LEZEN: Jes. 4:2-6
Op die dag zal de SPRUIT van de HEERE tot een heerlijk sieraad zijn, en de vrucht van de aarde tot trots en luister voor hen in Israël die ontkomen zijn. – Jes. 4:2
De Dag van de HEERE brengt zowel oordeel (3:18, 4:1) als verlossing (4:2). Na de gerichten over Israël breekt de Messiaanse heilstijd aan. De gerichten dienen tot loutering van het volk, niet tot totale vernietiging.
De Spruit van de HEERE is de Messias, de Christus (zie ook Jer. 23:5, 33:15, Zach. 3:8). Hij komt als Spruit, Twijgje voort uit de stamboom van David die “omgehakt” is bij de ballingschap. De HEERE doet Hem daaruit voortkomen. Hij zal tot een waar, heerlijk sieraad zijn, zo anders dan de schijnsieraden van de vrouwen (3:18v).
Hij, de Christus, is de heerlijkheid en schoonheid van Israël. Hij brengt zegen en overvloed voor hen die ontkomen zijn aan Gods gericht. Dat laatste wordt weergeven in aardse termen als het genieten van de vrucht van de aarde als hun trots en luister.
Deze heerlijke toekomst is alleen bestemd voor het overblijfsel, dat zich afgezonderd heeft van de zonde en de HEERE is toegewijd. Het is het heilig volk dat bij God hoort in het nieuwe Sion. God bewerkt haar heiligheid door Zijn Geest, zowel door gericht als door middel van bekering en verzoening.
Zo redt Hij allen die geschreven staan in het boek des levens (vs.3, Hand. 13:48, Openb. 20:12). Voor deze uitverkorenen is het eeuwige leven bestemd. Gods Geest reinigt hun binnenste van de vuilheid van hoogmoed en de bloedschuld van onrecht. Zo zal God weer in Sion bij de zijnen wonen, speciaal waar het hun samenkomsten betreft.
Ook het heilige der heiligen is er dan niet meer: God woont door Christus’ verzoening te midden van Zijn volk. Dit wordt aangegeven in oudtestamentische beelden van wolk, rook en vuur, zoals God dat scheppend tot stand kan brengen (vs.5). God toont Zijn kerk in Christus Zijn nabijheid en zegen, maar ook Zijn bescherming tegen de vijand.
Een rijke boodschap voor Israël toen en voor ons nu!
Wat verandert er voor jou als je Christus aanneemt?
Zingen: Ps. 48:1
