13 oktober 2023 – toorn

LEZEN: Jes. 5:25-30

Want Hij zal een banier omhoogheffen voor de heidenvolken van ver weg. Van het einde der aarde fluit Hij hen naar zich toe; en zie, daar komen zij, haastig en snel – Jes. 5:26

Jesaja verkondigt namens de HEERE ernstige vermaningen, de komst van vernietigende oordelen, maar ook hemelse beloften. De tijd waarin hij optreedt is een donkere tijd met brede afval van de HEERE. Het is een tijd dat God al gerichten over Israël uitvoert, voordat Hij met zijn grote gericht van de ballingschap komt.

Wij kunnen de neiging hebben dit alleen historisch te lezen of zelfs liever over te slaan. Met het idee: al die gerichten, wat moeten wij ermee nu Christus is gekomen en Hij de straf gedragen heeft? Maar dan beseffen we niet dat God dit ook ter waarschuwing voor ons heeft laten opschrijven (Rom. 14:5).

Bovendien leren deze profetieën God kennen, zoals Hij is in Zijn heiligheid, rechtvaardigheid en barmhartigheid. Daarnaast leren ze onszelf kennen met onze zondige natuur en de noodzaak van onze verlossing in onze Heere Jezus Christus.

In Jesaja 5 wordt benadrukt hoezeer God in Zijn recht staat om Zijn volk te straffen vanwege hun zonden. Dat doet niets af van Zijn rijke beloften zoals we die een aantal maal gelezen hebben.

Na de beschrijving van de zes weeën als uiting van goddeloosheid in Israël, herinnert Jesaja in vs. 25 aan Gods gerichten over de zonde van Israël, waaronder een grote aardbeving. Maar nog gaat Israël door met zondigen.

De HEERE gaat daarom verder met Zijn straffen (vergelijk 1:5). Dat begint met dreiging vanuit het verre Assyrië. Dat land wordt hier als grommend monster beschreven. Maar God fluit het naar zich toe om in Zijn dienst Zijn eigen volk te straffen. Het dreigen van God is geen loos dreigen. De zonden zullen worden gestraft. Maar bij de aankondiging van deze straf is nog bekering mogelijk.

Wat doen wij met tekenen van Gods gericht?

Zingen: Ps. 94:1                 

Pdf maken (via Printen)