De een riep tot de ander: Heilig, heilig, heilig is de HEERE van de legermachten; heel de aarde is vol van Zijn heerlijkheid! – Jes. 6:3
De roeping van Jesaja als profeet staat pas in hoofdstuk 6. Dat zal een reden hebben. Misschien is na hoofdstuk 1-5 zijn roeping beter te begrijpen. Duidelijk is nu dat de dreiging van Gods oordeel over zijn volk volledig verdiend is. De dood van Uzzia (vs. 1) betekent dat Juda bij Jesaja’s roeping zonder koning is.
Jesaja ziet in een visioen God met geestelijke waarneming. Het is geen eigen voorstelling van God. God Zelf laat Zich in zo’n gestalte aan Jesaja zien dat hij een goede indruk krijgt van Zijn majesteit. Dat krijgt in het visioen alle aandacht. Jesaja ziet de machtige God in mensvormige gestalte als Koning en Rechter, zittend op een hoge en verheven troon in de tempel, het hemels heiligdom (Ps. 11:4). In Joh. 12:41 staat dat Jesaja dan Christus, Gods Zoon ziet.
Gods gewaad bedekt heel de grond van de tempel als teken van Zijn glorie. Alleen Serafs omringen Zijn hoge troon. Deze dienende geesten hebben zes vleugels en verkondigen op indrukwekkende wijze de heiligheid van God. Zij bedekken uit eerbied hun gezicht. Zij prijzen in beurtzang alsmaar door met geweldige stem Gods heiligheid en heerlijkheid. Daarmee geven ze aan dat God ver boven Zijn schepselen staat en geen zonde kan verdragen of ongestraft laten. Ook spreken de serafs uit, dat heel de aarde Gods heerlijkheid laat zien.
Gods heerlijkheid betreft al Zijn heerlijke eigenschappen zoals Zijn almacht, rechtvaardigheid en barmhartigheid. De stem van de engelen is zo luid dat de drempels erdoor trillen. Ook bedienen zij het altaar dat met rook voor Gods aangezicht staat.
Het geheel is onvergelijkbaar groots en indrukwekkend! Het benadrukt Gods heiligheid en verhevenheid in verband met de goddelijke boodschap die Jesaja moet overbrengen. Daarbij zal God als straf harten verharden maar anderzijds zal Hij ook onverwachte redding bieden.