LEZEN: Jes. 8:1-10: … Want God is met ons.
Jesaja moet zijn woorden over Gods oordeel over het bondgenootschap van Syrië met het tienstammenrijk kracht bijzetten door een korte boodschap: “Snelroof Vlugge Buit”. Dit komt eerst op een groot bord te staan. Getuigen worden ingeschakeld om later te bewijzen dat Jesaja het al opschreef voordat het zou gebeuren. Dezelfde boodschap vormt de naam van een zoontje dat in die tijd in het gezin van Jesaja geboren wordt (8:3).
Zo kunnen koning en volk niet om de boodschap van Jesaja heen. Voordat dit jongetje papa of mama zal kunnen roepen zullen Syrië en Samaria inderdaad worden beroofd (vs.4). Wat Jesaja namens God aan Achaz heeft toegezegd (7:15,16) zal dus gebeuren.
Deze boodschappen zijn nog blijk van Gods genade voor de halsstarrige koning Achaz. Want het betekent een extra appel op Achaz en het volk om het van de HEERE te verwachten in plaats van Assyrië, dat anders ook hen zal plunderen.
Achaz heeft de waarschuwing voor dat laatste al langer gehoord in de naam van het oudste jongetje van Jesaja: Sjear Jashub, dat is: een rest zal terugkeren (Jes. 7:3). Die naam wijst er ook op dat de meerderheid niet zal terugkeren, maar zal omkomen of gevangen blijven in ballingschap; God verlost alleen een rest.
De keuze die Achaz wordt voorgehouden is duidelijk in het Immanuelteken: God met ons (Jes. 7:14,15). Het vertrouwen op de HEERE en niet op het heidense Assyrië zal Gods zegen krijgen. Maar Gods vloek is te verwachten als ze de HEERE de rug toekeren.
Ook het volk toont ongeloof en veracht het rijk van God (vs.6). Daarop volgt de verwoesting door de Assyriërs (vs.7,8). Maar helemaal vernietigen kunnen ze niet: er blijft hoop voor de trouwe rest die wel op God hoopt en de Immanuel, dat is de Messias, verwacht (vs.9,10).
De les voor ons is om geen samenwerkingsverbanden aan te gaan met hen die buiten de kerk staan. Ook als de kerk klein is moeten we het van de Heere verwachten. We worden daar dan extra op beproefd. Maar bij trouw is de uitkomst zeker: het heil is van de HEERE. Hij is met ons.
Kennen wij als kerk een dreiging zoals Juda die kende?
Zingen: Ps. 33:6
