Wat betekent die doorgaande reformatie nu voor ons? Vandaag? Wat is nu daarin onze roeping?
Om op die vraag in te gaan vragen we allereerst aandacht voor het Verbond. In de doorgaande reformatie zoals we die zagen in de jaren dertig van de vorige eeuw, en in de decennia na de Vrijmaking van 1944, speelde de hernieuwde aandacht voor het Verbond een heel belangrijke rol.
Verbond
Het Verbond is door de HEERE ingesteld. Hij begon dat Verbond met Abraham. (Genesis 17). Hij sloot dat Verbond met Abraham en zijn zaad, zijn nakomelingen. In het Oude Testament zijn dat letterlijk allen die tot zijn nageslacht behoren. In het Nieuwe Testament, door het verlossingswerk van Christus, is dat het gééstelijk nageslacht van Abraham. Allen die oprecht geloven in Christus. Alle gelóvigen en hun zaad. Hun kinderen. “Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die veraf zijn, zovelen als de Heere, onze God, ertoe roepen zal.” (Hand. 2: 39) Teken van het Verbond is de doop, dat weten we allemaal.
Nu, het Verbond is de manier waarop de HEERE met ons wil omgaan. Dat is de vorm die Hij Zèlf daarvoor heeft gegeven. De HEERE openbaart zich in de Bijbel als de God van het Verbond. En dat is van grote betekenis.
Belofte en eis
Het betekent dat onze band, onze relatie met de HEERE, altijd in het kader van het Verbond staat. Een persoonlijke relatie met de HEERE zonder het Verbond, buiten het Verbond om, dat gaat niet. We spreken er soms wel zo over. Dan benadrukken we sterk de persóónlijke band die we met Christus hebben. Nu, die band moet er in het geloof ook zijn. Maar als we dat persoonlijke te sterk benadrukken, en we hebben het dan niet over het Verbond, dan ontsporen we gemakkelijk. Dan komen we heel gemakkelijk in evangelisch vaarwater. Dan leggen we de focus heel gauw op het “fijne” in die relatie. Op de beloften. Op de onmetelijke genade. Op Gods onvoorstelbare liefde.
Alweer, dat moet ook. Maar als we ons spreken en geloven los maken van het Verbond, als we te weinig met elkaar praten over het Verbond, dan is het grote gevaar dat we alleen maar één kant van het Verbond gaan zien.
Zegen en vloek
Het Verbond bestaat uit belofte èn eis. Zo heeft de HEERE Zelf dat ingesteld. Hij belooft verlossing in Christus. Herschepping van de door ons vernielde schepping. Maar tegelijk eist de HEERE van ons gehoorzaamheid. Echt luisteren naar Hem. Echt heel Zijn Woord aanvaarden. En daar naar leven. Geloven, dat is de beloften van de HEERE aanvaarden maar tegelijk ook de roeping die de andere kant van het Verbond is. Volledig, niet alleen die delen die ons, zondige en onmachtige mensen passen.
Belofte èn eis. Belofte betekent zegen en zaligheid. De eis is: leef in dankbaarheid naar Mijn wet. We kennen her grote gebod: “En u zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht. Dit is het eerste gebod.” (Markus 12: 30, Mattheüs 22: 37, Lukas 10: 22; maar ook Deuteronomium 6: 5, 10: 22; Jozua 22: 5).
En dat liefhebben van de HEERE is niet alleen geheel op Hem vertrouwen en alles van Hem verwachten. Dat is ook in dankbaarheid alles er op richten om Gods Wet te doen, de régel voor de dankbaarheid.
Negeren van die eis betekent Gods toorn. Zijn oordeel. Vloek. “Zie, ik houd u heden zegen en vloek voor: de zegen, als u luistert naar de geboden van de HEERE, uw God, die ik u heden gebied; de vloek, als u niet luistert naar de geboden van de HEERE, uw God, en van de weg afwijkt die ik u heden gebied, om achter andere goden aan te gaan, die u niet gekend hebt.”(Deut. 11: 26-28)
Realiteit
God liefhebben is Zijn wil doen. Ja, dat kunnen we niet. Daarvoor kleeft er te veel zonde aan ons. Maar Christus kon het wel. Hij was volmaakt gehoorzaam. En de HEERE rekent Christus’ gehoorzaamheid aan ons toe. Ook dat is deel van Zijn belofte. Die belofte omsluit a.h.w. ook de eis. Voor mensen onbegrijpelijk. Daarmee is het karakter van de Wet veranderd. Die is nu geworden tot regel voor onze dankbaarheid. Maar die dankbaarheidsdienst is niet vrijwillig! Ook dankbaar leven voor de HEERE is roeping! Is verbondseis! Niet iets van ons dankbare gevóel!“En hierdoor weten wij dat wij Hem kennen, namelijk als wij Zijn geboden in acht nemen. Wie zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet in acht neemt, is een leugenaar en in hem is de waarheid niet. Maar ieder die Zijn woord in acht neemt, in hem is werkelijk de liefde van God volmaakt geworden. Hierdoor weten wij dat wij in Hem zijn. Wie zegt in Hem te blijven,moet ook zelf zo wandelen als Hij gewandeld heeft.”(I Johannes 2: 3-6).
Dat is de realiteit.
De realiteit van het Verbond. De realiteit van het gelóóf. De doop is een geweldig teken van grote beloften. Maar tegelijk is het een teken van heel ernstige roeping. Een roeping voor alle aspecten van ons leven. Dat leren we ook in het doopformulier: “Ten derde: omdat elk verbond twee delen heeft, namelijk een belofte en een eis, worden wij door God in de doop ook geroepen en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid.”
Alle geboden
Waarom is het zo belangrijk dat we, opnieuw, onze aandacht moeten richten op het Verbond? Omdat we de neiging hebben allerlei zaken in ons gelovige leven te zien buiten dat Verbond. We moeten bijvoorbeeld als broeders en zusters goed met elkaar omgaan. Omdat God ook ons heeft lief gehad. Ja, dat is waar. En dan zeggen we er gemakkelijk bij: omdat we ook zo rijk Zijn genade en Zijn liefde in ons eigen leven ervaren. In ons persoonlijk leven en in het leven van de gemeente.
Ja, ook dat is waar. Maar het is veel díeper! We betonen elkaar liefde omdat de HEERE ons dat gebiedt! Omdat het een deel is van Zijn geboden. En als we dat zien, als we de gemeenschap der heiligen zien in het kader van het Verbond, dan gaan we niet alleen “goed” en “liefdevol” met elkaar om, maar dan laten we aan elkaar àlle geboden van de HEERE zien. Dan gaan we elkaar ernstig oproepen om te leven naar àlle geboden. Om elkaar te waarschuwen voor her oordeel van de HEERE als we het Verbond miskennen. Dàt is leven in het Verbond.
Onze zorg is dat we dat besef langzamerhand aan het kwijtraken zijn. Is dat een overbodige zorg?
Geen keus
We hebben tegenwoordig de gewoonte om elkaar te feliciteren bij belangrijke gebeurtenissen in de kerk. Een bevestiging tot ambtsdrager. Of, een beter voorbeeld, als een jongere openbare geloofsbelijdenis doet. Dan feliciteren we hem of haar met de keus die hij/zij heeft gemaakt. In geloof gekozen voor de HEERE. Ja, toch? Je leven in dienst van de HEERE willen stellen. Geweldig! Ja, daar word je altijd weer echt blij van.
Maar dan moeten we die keus wel op de juiste manier zien. Want is het niet zo dat die jongere eigenlijk helemaal geen keus heeft? Dat er maar één keus mogelijk is? De HEERE heeft zo’n jongere in Zijn verbond opgenomen. Dat is belangrijk: de HEERE heeft eerst gekozen! Belofte en eis, en de belofte “omgeeft” de eis. Dan heeft die jongere heel gewoon ook de roeping, de verplichting om, als hij of zij daaraan toe is, geloofsbelijdenis te doen. Dat vraagt, dat eist de HEERE. Dat is beslist geen vrije keus. Maar eenvoudig gehoorzaam volgen waar de HEERE roept …… En het geweldige is dat de HEERE ook, naar Zijn belofte, door de Heilige Geest Zelf die gehoorzaamheid werkt.
En dat geldt voor heel veel momenten in ons leven waarin we keuzes maken. Heel gewoon doen wat de HEERE vraagt. Zijn Geest in ons laten werken. Niets te kiezen …… Geen vrije keus……. Maar in geloof, als Samuël: “Spreek, want Uw dienaar luistert“. (I Samuël 3: 10). Met denken aan vrije keuzes komen we in de buurt van het remonstrantisme. Dat is niet volgens de Schrift. Iets anders kiezen dan wat de HEERE vraagt is niet anders dan ongehoorzaamheid. Verbondsongehoorzaamheid.
Nee, we hoeven niet te stoppen met feliciteren. We doen er zelf ook graag aan mee. Als we dat kader van het Verbond maar in het oog blijven houden.
Doorgaande reformatie?
Dat is allereerst: terug naar het Verbond.
In een volgend artikel hopen we het onderwerp nog verder uit te werken.
(wordt vervolgd)
