LEZEN: Openb. 3:18,19: Ik raad u aan dat u van Mij goud koopt, gelouterd door het vuur, opdat u rijk wordt, en witte kleren opdat u bekleed bent en de schande van uw naaktheid niet openbaar wordt. En zalf uw ogen met ogenzalf, opdat u zult kunnen zien. Ieder die Ik liefheb, wijs Ik terecht en bestraf Ik. Wees dan ijverig en bekeer u.
Dat Christus Zijn beoordeling aan de gemeente in Laodicea bekend maakt, is genade. Hij wijst ieder terecht die Hij liefheeft! Zoals een vader zijn kind bestraft (Hebr. 12:5-11). Een belangrijk woord voor ons als we tegenslagen ontmoeten, of op zonden worden gewezen. Daarin klopt het vaderhart van onze Heiland!
Laten opvoeders en ambtsdragers vanuit die liefde anderen terechtwijzen en ze aan hun zonden ontdekken. Ook kerkelijke tucht is zo een zaak van liefde. Daarbij hoort de oproep tot bekering.
Christus vraagt daarvoor een actieve houding: wees ijverig. Dat betekent: laat werken zien van een levend geloof. Laat Christus weer je leven beheersen. Christus wijst Laodicea ook de weg tot herstel. Ze moeten naar Hem toe. Laten ze van Hém het ware goud kopen. Dat maakt hen pas echt rijk.
Bedoeld wordt het ware geloof dat door het vuur van beproeving gelouterd is (1 Petr. 1:7). Alleen Christus kan hen dat geven door Zijn Geest. Laten ze daarvoor bidden. Ook moeten ze van Christus witte kleren kopen zodat de schande van hun zonden bedekt is. Het is de gerechtigheid van Christus die hen bij waar geloof wordt toegerekend.
Tenslotte biedt Christus ogenzalf aan opdat ze kunnen zien: het onderscheidingsvermogen waardoor ze ontdekken hoe ellendig ze van zichzelf zijn. Ze blijken dan arme zondaren te zijn; maar de Heere wil hen dan genezen door hun zonden te vergeven.
Hoe vaak weigeren mensen Christus en Zijn schatten te omhelzen? Hoe vaak weigeren christenen zich te bekeren? En hoe gaan wij tot Christus? Hij Zelf zegt in Joh. 9:39: “Ik ben tot een oordeel in deze wereld gekomen, opdat zij die niet zien, zien zouden, en die zien, blind zouden worden.” Laten we elkaar de weg naar Hem wijzen.
Wat moet je Christus betalen voor dat goud?
Zingen: Gez. 10:1
