LEZEN: Joh. 15: 9-17
Broeders, ik schrijf u geen nieuw gebod, maar een oud gebod, … Toch schrijf ik u een nieuw gebod, … want de duisternis gaat voorbij en het ware licht schijnt reeds.… – 1 Joh. 2:7,8:
Johannes doelt hier op de onderlinge broederliefde (1:7,9-11). Dat gebod is al oud: het wordt niet voor het eerst genoemd. De gemeente heeft dit al bij het éérste geloofsonderwijs meegekregen. De liefde tot de naaste en speciaal tot Gods kinderen, behoort tot het basisonderwijs van de apostelen. Ze hebben het van Christus Zelf nadrukkelijk geleerd. Denk aan de Bergrede, gelijkenissen en ander onderwijs.
Jezus greep terug op de tweede tafel van de wet van Mozes (Matt. 22:39). In Gods verbond staat dit liefdesgebod altijd al centraal (zie Ef. 5:22-33). Na de zondeval werkte juist op dit gebied de zonde door: Kaïn vermoordde zijn rechtvaardige broer Abel. Dit oude gebod is een essentieel onderdeel van het geloofsleven van de gemeente.
Toch zegt Johannes dat het ook een nieuw gebod is. Dit zijn woorden van de Heere Jezus zelf (Joh. 13: 34,35): Een nieuw gebod geef ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben. Hierdoor zullen allen inzien, dat u Mijn discipelen bent, als u liefde onder elkaar hebt.
Het nieuwe verbond bouwt voort op het oude. Daar komt nieuw licht op. Christus Zelf legde er de diepe grond en wortel van bloot. Hij is ons Zelf daarin volmaakt voorgegaan. Hij wil dat ook wíj ons leven radicaal richten naar deze liefdeswet van de Heere.
De onderlinge liefde is dus kenmerk van onze liefde tot Christus! Juist daaraan is te zien dat de liefde van Christus in ons woont. Wat waar is in de levenswandel van Christus, nl. Zijn zelfopofferende liefde, moet dat óók onderling zijn. Hij nam de gestalte van een dienstknecht aan. Dat was Zijn liefdesuiting aan ons. Hij leerde Zijn discipelen de minste te zijn, door hen Zelf de voeten te wassen.
Ook wij moeten ons leven willen geven aan de ander. Het is een zaak van leven (ware licht) of dood (duisternis) (zie v.8b, 2 Joh.3:14b).
Hoe zie je voor jezelf dit ware licht?
Zingen: Ps. 25:6
