LEZEN: 1 Sam. 15:1-23: … Maar Samuel zei: … Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffer, … Want opstandigheid is een zonde van waarzeggerij, en tegenstreven is afgoderij en beeldendienst. Omdat u het woord van de HEERE verworpen hebt, heeft Hij u verworpen …
Saul doorstond bij zijn eerste strijd (H. 13) de test van gehoorzaamheid aan God niet. Hij had op Samuel moeten wachten voor het offeren. De HEERE nam hem dit zeer kwalijk: Sauls koningschap zal niet overgaan op zijn nakomelingen.
Nu test de HEERE Saul opnieuw in de strijd tegen Amalek. Hij wil dit vijandige volk volledig uitroeien om Zijn heilswerk voort te zetten richting de komst van de Messias. Wil Saul nu wel gehoorzamen als een theocratisch koning?
Samuel brengt het bevel van de HEERE: Saul moet aartsvijand Amalek verslaan en alle mannen, vrouwen kinderen en zelfs dieren doden. Verder moet hij alles met de ban slaan, dat is: alles vernietigen omdat het de HEERE toebehoort. Saul en het volk mogen er niets van meenemen. Zal hij nu begrijpen dat het van cruciaal belang is de HEERE hartelijke gehoorzaamheid en toewijding te tonen?
In eerste instantie lijkt het goed te gaan. Hij verslaat Amalek. Maar koning Agag spaart hij. Ook vernietigen ze niet alles en nemen zelfs het beste van de buit mee. Waarom is Saul nu niet gehoorzaam, niet echt gehoorzaam?
Die vraag stelt Samuel hem vanaf vs.14: als u alles aan de HEERE te danken hebt, in Zijn dienst mag staan, en een duidelijk bevel van Hem ontvangt, waarom hebt u dan niet geluisterd naar de stem van de HEERE en gedaan wat kwaad is in Zijn ogen? Waarom dan toch?
Maar Saul belijdt zijn schuld niet en vraagt niet om vergeving. Hij is niet gericht op het dienen en behagen van de HEERE. Hij wil zijn eigen macht tonen en bij het volk in aanzien staan. Wel probeert hij zich te rechtvaardigen: hij heeft Amalek toch verslagen? En de meegenomen dieren zijn toch bedoeld voor offers?
Zo probeert Saul de situatie goed te praten. Maar God ziet het hart aan. Hij ziet ongehoorzaamheid, opstandigheid, afgoderij. Hij verwerpt Saul.
Is de reactie van Saul herkenbaar?
Zingen: Ps. 40:3
