LEZEN: Rom. 12:9-21
Maar Tychikus heb ik naar Efeze gestuurd. Breng, wanneer u komt, de reismantel mee die ik in Troas bij Karpus achtergelaten heb, en de boeken, vooral de perkamenten. Alexander, de kopersmid, heeft mij veel kwaad aangedaan. Moge de Heere hem vergelden naar zijn werken. Wees ook zelf voor hem op uw hoede, want hij is krachtig tegen onze woorden ingegaan. – 2 Tim. 4:12-15
Als Timotheüs, die nu in Efeze staat, voldoet aan de wens van Paulus om naar hem toe te komen, zou dat kunnen betekenen dat de gemeente te Efeze vacant wordt. Maar daar heeft Paulus in voorzien: hij heeft Tychikus al naar Efeze gestuurd. Daarnaast kan Timotheüs zich nog verdienstelijk maken door een aantal dingen voor Paulus mee te nemen. Een reismantel voor de winter en boeken of brieven om te bestuderen.
Paulus denkt aan alles. Ook aan de verwoestende kracht van een tegenstander. Alexander de kopersmid, hij heeft Paulus tegengesproken. Of het hier gaat om het evangelie dan wel om de verdediging van Paulus tegenover aanklachten, hij heeft Paulus veel kwaad aangedaan en zo zijn ambtsdienst tegengestaan. Hij waarschuwt Timotheüs voor deze man.
Toch legt Paulus het oordeel over deze kopersmid in de handen van de Heere. Wij mogen geen eigen rechter zijn. Moge de Heere hem vergelden naar zijn werken. De Heere Jezus Zelf is ons daarin tot voorbeeld. Petrus schrijft in 1 Petr. 2:23 over Hem: “Die, toen Hij uitgescholden werd, niet terugschold, en toen Hij leed niet dreigde, maar het overgaf aan Hem, Die rechtvaardig oordeelt”.
De apostel waarschuwt, maar oordeelt niet. Daarin volgt hij de Heere Jezus Christus, Die ook wij moeten volgen. Het betekent wel dat we dan strijd moeten voeren tegen onze oude mens. Want onrecht lijden lijkt ook in de kerk iets dat je niet mag accepteren. Toch vraagt de Heere dit (Rom. 6:7). Dat wil niet zeggen dat je geen repliek mag geven om de ander te helpen zichzelf te corrigeren.
Vind je het moeilijk onrecht te dragen?
Zingen: Ps. 52:2,4
