LEZEN: Gen. 23:1-20: … Daarna begroef Abraham zijn vrouw Sara in de grot op de akker van Machpela, tegenover Mamre – het tegenwoordige Hebron – in het land Kanaän. Zo ging de akker met de grot die daarop gelegen is als een eigen graf over van de Hethieten op Abraham.
Sara sterft op 127-jarige leeftijd. Er is bij Abraham verdriet en rouw. Maar waar moet ze begraven worden? Abraham wil haar graag in een eigen graf hebben. Daarover heeft hij niet de beschikking, dus gaat hij onderhandelen in de stadspoort van Hebron. Hij heeft dan al een bepaald graf op het oog voor zijn gestorven vrouw: de spelonk van Machpela met de bijbehorende akker.
De onderhandeling houdt in dat hij de spelonk eerst als het ware voor niets aangeboden krijgt, maar Abraham begrijpt dat dit alleen een uitnodiging voor hem is om dit aanbod af te slaan om er alsnog een enorm groot bedrag voor te moeten betalen.
Maar Abraham speelt het spel mee, dingt niet af en koopt de akker met het graf zodat die in zijn bezit komt: het eerste stukje van het beloofd land Kanaän is nu wettig van Abraham zelf. Het is een begin van de vervulling van de belofte, ook al is het een heel klein begin.
Ook blijkt hieruit dat Abraham er oog voor heeft dat het bij de dood niet ophoudt voor hen die geloven. Eens zal de opstanding uit de doden plaatsvinden. Van hem wordt gezegd dat hij de stad met de fundamenten verwachtte: het nieuwe Jeruzalem. Later blijkt dit graf ook de plaats te worden waar Izak, Jakob en Jozef worden begraven. Hun lichamen liggen in dat stukje land van Kanaän.
Toch zal er een einde komen aan de toepassing van de landbelofte op het aardse Kanaän. Door de verwerping van de Christus komt er een einde aan het oude verbond en de bijzondere rechten van Israël. De scheiding is weggenomen door Christus (Ef. 2:11-22).
Er is nu door het geloof enting van gelovige takken uit Joden en heidenen op de stam Abraham (Rom. 11). Wie in Christus geloven zullen de aarde beërven.
Wat wordt bedoeld met de aarde beërven?
Zingen: Ps. 16:3
