Zijn onze kerken veranderd? (4B)

De Opleiding tot de Dienst des Woords

TEKSTEN

GS Hasselt 2011, art. 5.08

Overwegingen
1.      De sfeer op de TUA is interkerkelijk. De belijdenis over de kerk, zoals vastgelegd in art. 27, 28 en 29 van de NGB, functioneert niet en de onderlinge omgang wordt gekenmerkt door interkerkelijk-heid en oecumenisme.
2.      Deze sfeer oefent aantrekkingskracht uit op de studenten en het is daarom voor hen erg moeilijk, zo niet bijna onmogelijk, om zich buiten die invloedssfeer te houden, daarin niet mee te gaan en zich daar niet door te laten beïnvloeden.
3.      Dwaalleer heeft een vaste plaats gekregen aan de TUA.

Besluit:
De Generale Synode van De Gereformeerde Kerken in Nederland te Hasselt, bijeen op 26 november2011, besluit tot nader onderzoek met betrekking tot het in eigen beheer nemen van de eigen opleiding.

GS Hasselt 2011, art. 5.09
Besluit 1: besluit om de gehele opleiding tot de Dienst des Woords in eigen beheer te nemen.

Besluit 2: besluit het College van Opleiding de volgende opdrachten te geven:
1.      om op een verantwoorde wijze zelf onderwijs te geven in zoveel mogelijk vakken van bachelor- en masterfase;
2.      om zo nodig zelf onderwijs te selecteren bij andere onderwijsinstellingen;
3.      om niet-theologisch onderwijs in sociale vakken en vaardigheden door derden te laten geven, bij voorkeur uit De Gereformeerde Kerken;
4.      om er naar vermogen voor te zorgen dat de studenten op alle vakgebieden een voluit gereformeerde vorming ontvangen, door middel van onderwijs en/of begeleiding van het vereiste niveau;
5.      om bij de selectie van in te kopen onderwijs en het aantrekken van nieuwe medewerkers nauw samen te werken met deputaten Opleiding tot de Dienst des Woords, overeenkomstig het Statuut, zodanig dat deputaten na overeenstemming tot de beoogde inkoop c.q. aanstellingen kunnen overgaan.

Gronden:
1.      De kerken onderhouden een eigen Opleiding tot de Dienst des Woords (art. 18, KO).
2.      De uitbesteding van omvangrijke onderdelen van de theologische vakken aan de Theologische Universiteit van Apeldoorn is niet langer verantwoord gebleken, aangezien dit onderwijs voor een groot deel in strijd is met de Schriftgetrouwheid die art. 18 KO vereist. De sfeer van tolerantie en oecumenisme aldaar betekent een gevaar voor de juiste vorming van de studenten.
3.      Het is van groot belang dat de studenten leren om dwalingen te onderscheiden en af te wijzen. Op de eigen Opleiding zal hier veel aandacht aan moeten worden besteed.
4.      Op de eigen Opleiding zal het onderwijs in de Schrift meer centraal staan en zal veel gebruik worden gemaakt van betrouwbare gereformeerde literatuur voor het Schriftuurlijk onderwijs.
5.      De doelstellingen van de Opleiding zijn, dat de student die de Opleiding met goed gevolg heeft doorlopen, blijk geeft van voldoende attitudes, inzichten, kennis en vaardiglieden, zoals deze in de Studiegids zijn verwoord, om te kunnen dienen als dienaar des Woords in de kerken. Dit kan vooral worden gerealiseerd als het onderwijs in eigen beheer wordt vormgegeven.

*             *              *             *             *             *             *              *             *             

GS Dalfsen 2024, art. 5.01, besluit 1.

Overwegende dat:
1.      Christus uit het hele menselijke geslacht Zich een gemeente, die tot het eeuwige leven uitverkoren is, van het begin van de wereld tot aan het einde vergadert, beschermt en onderhoudt. Hij doet dit door Zijn Geest en Woord in eenheid van het ware geloof.
2.      Het ware geloof wordt door de Heilige Geest in ons hart gewerkt door de verkondiging van het heilig evangelie. Daarvoor gebruikt Hij verkondigers van Zijn Woord waarvan Hij gezegd heeft aan 
Timotheüs (2 Tim. 2:2) “En wat u van Mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan trouwe mensen die bekwaam zijn om ook anderen te onderwijzen”.
3.      De Gereformeerde Kerken op grond daarvan in artikel 18 van hun kerkorde over de opleiding tot de Dienst des Woords vastgelegd hebben: “De kerken onderhouden een theologische hogeschool voor de opleiding tot de Dienst des Woords. Tot de taak van de hoogleraren in de theologie behoort het uitleggen van de Heilige Schrift en het verdedigen van de zuivere leer tegen ketterijen en dwalingen.”
4.      De kerken zich hiermee verplichten om een theologische hogeschool te onderhouden. In die formulering en de geschiedenis is helder dat het streven altijd geweest is (hogeschool, hoogleraren en promotierecht 1945 K. Schilder) om de opleiding op academisch niveau te brengen.
5.      Onze kerken vanwege ernstige beperkingen, die de Here ons heeft opgelegd, als mogelijkheden de TUA, HHK-seminarie en de TUK geëvalueerd hebben en toen gekozen hebben om predikanten aan de TUA een universitaire opleiding te laten volgen in combinatie met een (intensieve) begeleiding door predikanten uit eigen kring.
6.      Onze kerken in 2011 gekozen hebben vanwege de (toenemende) dwaalleer aan die hogescholen om het ‘hele’ onderwijs in eigen hand te nemen en zo de theologische opleiding te beperken tot een predikanten opleiding zonder academisch niveau en bijbehorende titel, onder de leus “mannen zonder titel is beter dan een titel zonder mannen.”.
7.      De opleiding binnen DGK stevig ter hand is genomen met een uitstekend studieprogramma.
Echter dat de beschikbare mankracht voor de opleiding zeer smal is geworden.
8.      Het ontbreken van enige academische graad voor predikanten een ernstige beperking is:
         a) om goede contacten te onderhouden met de theologische wetenschap over de wereld;
         b) zich te bekwamen tot hoogleraar in de theologie met het oog op de toekomst van het onderwijs;
9.      De samensmelting van de kerkverbanden van DGK en GKN een geschikt moment is om de inrichting van de kerkelijk gebonden opleiding opnieuw te bekijken.
10.   Er zijn momenteel veel vacatures in de vakken van onze opleiding en het vooruitzicht op invulling van die vacatures zijn beperkt, ondanks de vereniging.
11.   Buitenlandse kerken van gereformeerde signatuur hebben of zoeken naar mogelijkheden voor een eigen theologisch opleidingsinstituut. Soms wordt daar ook gebruik gemaakt van bestaande universiteiten naast de eigen opleiding. Mogelijk kan daar vormen van samenwerking mee gezocht worden.

Besluit 1:
De Generale Synode Dalfsen, in vergadering bijeen op 15 juni 2024, besluit deputaten ODDW opdracht te geven zo spoedig mogelijk samen met deputaten Opleiding van de GKN tot een voorstel te komen voor een gezamenlijke opleiding waarin:
a)     de gereformeerde leer in liefde voor Christus’ kerk in connectie met onze voorvaderen de voornaamste plaats heeft,
b)     zoveel mogelijk plaats is voor het aanleren van een academisch denkniveau met de mogelijkheid voor studenten om een universitaire kwalificatie te behalen,
c)     oog te houden voor vormen van samenwerking met academische opleidingsinstituten elders in de wereld.

Gronden:
1.   Voor het kerkvergaderend werk van Christus gebruikt de Heilige Geest verkondigers van het evangelie die bekwaam moeten zijn ook anderen te onderwijzen.
2.   Artikel 18 van de KO stelt vast dat de kerken een theologische hogeschool zullen onderhouden. Dat betekent een opleiding in de theologische wetenschap bij voorkeur op academisch niveau.
3.   De KO geeft gouden richtlijnen op grond van wat de Schrift ons leert, God is geen God van wanorde, maar van vrede (1 Kor. 14:33), dus om de vrede in de kerken te dienen. Dat geldt ook voor dit artikel.
4.   De aanstaande samenvoeging van de kerkverbanden van DGK en GKN maakt het wenselijk en noodzakelijk om samen een vorm van opleiding in te richten voor de dienst van het Woord.
5.   Christus’ Kerk is van alle tijden en daarom behoort gedegen kennis van wat onze vaderen aan Schriftstudie hebben voortgebracht onmisbaar.
6.   Christus’ Kerk is wereldwijd. De katholiciteit van de Kerk is gediend met het onderhouden van contacten met (gereformeerde) theologen wereldwijd. Daarvoor is een academische kwalificatie behalve een goede ingang in de meeste gevallen ook een vereiste.
7.   DGK heeft tussen 2003 en 2009 gebruik gemaakt van de opleiding aan de TUA, maar in 2011 gekozen voor de optie van een eigen invulling met afzien van een academische kwalificatie. Na 13 jaar en de gewijzigde omstandigheden is een her-evaluatie op zijn plaats.
8.   Er is voldoende reden om alle expertise in zowel DGK als GKN samen te voegen in grondig overleg.

                                                                                                                    (wordt vervolgd)

Pdf maken (via Printen)