LEZEN: Jes. 31:1-9: Wee hun die afdalen naar Egypte om hulp … en de HEERE niet zoeken … Want de Egyptenaren zijn mensen en geen God … De HEERE zal Zijn hand uitstrekken, zodat de helper zal struikelen, en wie geholpen wordt zal neervallen, tezamen zullen zij allen omkomen … Zoals een leeuw … zo zal de HEERE van de legermachten neerdalen om te strijden om de berg Sion en zijn heuvel … Bekeer u tot Hem … Assyrië zal vallen door het zwaard, maar niet door dat van een man …
Nadat de HEERE in het slot van hoofdstuk 30 Zijn volk verzekerd heeft van Zijn verschrikkelijk oordeel over Assyrië, als rijk van de grote tegenstander, spreekt hij nu door Jesaja Zijn volk zelf toe. Juda blijft het zoeken bij Egypte in plaats van de HEERE. Maar het moet beseffen dat mensenhulp niets is vergeleken met Gods hulp.
Ze kunnen geïmponeerd zijn door het aantal paarden, strijdwagens en ruiters, maar het blijven mensen, dieren en mensenproducten. Hun kracht stelt helemaal niets voor vergeleken met de goddelijke macht die de HEERE heeft.
Als je geen acht slaat op de Heilige God van Israël en je hulp niet bij Hem zoekt, dan zal Hij Zich zelfs tegen je keren. Dan gaan zowel de Egyptische strijdmacht als degenen uit Juda die daarop hun vertrouwen hebben gesteld, ten onder. Laat Juda dat beseffen!
De macht van God wordt vergeleken met de kracht van een jonge leeuw die op zijn prooi afgaat en niet bang is voor de tegenstand van herders. God verzekert Zijn volk van Zijn goddelijke bescherming.
Maar dan zul je je wel moeten bekeren en alle afgoden wegdoen (vs.6,7). De HEERE zal voor hen die zo in geloof hun hulp bij Hem zoeken, zijn als een Strijder die Zijn vijanden met het zwaard verslindt (vergelijk Openb. 19:15,21). Het is beeldende taal, want het is geen zwaard van een mens (2 Kon. 19:35-37). Degene die in leven blijven slaan op de vlucht.
Uiteindelijk voert de HEERE gericht over hen allen uit. Als beeld daarvan dienen het vuur en de oven in Jeruzalem. Tenslotte is dat eindgericht het meest schrikwekkende (Openb. 18:9,10; 19:20).
Welke hulp hebben wij nodig?
Zingen: Ps. 62:1
