LEZEN: Jes. 41:17—29: … Ík, de HEERE, zal hen verhoren, Ik, de God van Israël, zal hen niet verlaten. … opdat men ziet en erkent, bedenkt en tevens inziet dat de hand van de HEERE dit gedaan heeft, en de Heilige van Israël het geschapen heeft. … Maak de dingen bekend die hierna zullen komen, en wij zullen weten dat u goden bent. Doe tenminste iets, goed of kwaad, en wij zullen verschrikt zijn en het tezamen inzien. Zie, u bent minder dan niets, en uw werk is minder dan een nietig ding; een gruwel is hij die voor u kiest. Ik doe Iemand opstaan uit het noorden en Hij zal komen: vanwaar de zon opkomt zal Hij Mijn Naam aanroepen; Hij zal komen, de machthebbers als leem vertreden en zoals een pottenbakker klei treedt. … Zie, zij allen zijn nietigheid, hun werken zijn niets, hun gegoten beelden zijn wind en leegte.
Terwijl God van Zijn kant nogmaals Zijn volk in de ellende van de ballingschap Zijn erbarmen toont en een heerlijke toekomst belooft (vs.17-20), worden de heidenen met hun afgoden opnieuw uitgedaagd (vs.21).
God garandeert hen terugkeer uit de ballingschap en de komst van de Messias met Zijn vrederijk, maar wat kunnen afgoden bewerken? Deze afgoden worden nu vanaf vers 21 rechtsreeks aangesproken. Wat kunnen zij over de toekomst zeggen? Niets toch, want ze zijn zelf “minder dan niets” en hun werk is minder dan niets. Maar God doet van Zijn kant Kores komen, die de vijanden zal verslaan, zoals een pottenbakker klei treedt (vs.25).
God kondigt dit nu al in Zijn alwetendheid van tevoren aan, zodat er aan Zijn grootheid niet getwijfeld kan worden als Zijn profetie uitkomt! Maar afgoden kunnen niets voorzeggen, ze kunnen niet spreken en niemand hoort ze (vs.26).
Deze zin past ook geheel in de overtuiging dat Jesaja de schrijver van heel het boek is. Het feit dat er al over Kores gesproken wordt voordat hij er is, bewijst Gods alwetendheid die Hij via Zijn profeten toont en waarvan vers 26 uitdrukkelijk rekenschap geeft.
Gods grootheid die uitkomt in Zijn almacht, alomtegenwoordigheid, alwetendheid en onveranderlijkheid, maakt dat wij volledig op Hem kunnen vertrouwen.
Kijken we ook zo naar hedendaagse afgoden?
Zingen: Ps. 97:3,4
