LEZEN: Jak. 1:22-25
Hij echter die zich in de volmaakte wet verdiept, die van de vrijheid, en daarbij blijft, die zal, omdat hij niet een vergeetachtig hoorder geworden is, maar een dader van het werk, zalig zijn in wat hij doet. – Jak. 1:25
Kan er in de kerk een tegenstelling bestaan tussen de leer en het leven? Dat beeld ontstaat wanneer zondags in de eredienst Gods wet wordt gelezen en er Schriftuurlijk wordt gepreekt, maar er op de andere dagen niet veel van te zien is in het leven van de kerkleden. Maar met zo’n praktijk wordt uit elkaar getrokken wat bij elkaar hoort.
Bovendien heeft dat grote consequenties. De Heere Jezus zegt in de Bergrede (Matt. 7:24-29): “ ieder die deze woorden van Mij hoort en ze doet, die zal ik vergelijken met een verstandig man, de zijn huis op de rots gebouwd heeft. (…) En ieder die deze woorden van Mij hoort en ze niet doet, zal met een dwaze man vergeleken worden, die zijn huis op zand gebouwd heeft. (….)”.
Verder: “Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen. Maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is” (Matt. 7:21).
Het komt erop aan niet alleen te luisteren, ook niet alleen te spreken, maar daarbij vooral te doen wat de Heere in Zijn Woord vraagt. Dat doen kan niet zonder goede aandacht voor dat Woord. Jakobus spreekt niet van het “woord” maar van de “volmaakte wet, die van de vrijheid”.
Maar daarmee is geen tegenstelling bedoeld. Gods Woord komt tot ons met het bevel het aan te nemen en eruit te leven. Dan kunnen we blijven in de vrijheid die God ons in Zijn Zoon geeft: vrij van de slavernij van de zonde en de vloek op de zonde. Heel Gods Woord en Wet krijgen hun vervulling in Hem (Matt. 5:17).
Jezus zegt over Gods geboden: “wie ze doet en ze onderwijst, die zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen”.
Jakobus spreekt ervan dat je je moet verdiepen in de wet, en je eraan blijven houden, dan zal je “zalig” zijn in wat je doet. Dan zul je in Gods koninkrijk delen in Gods gunst. Je krijgt uit genade Gods rijke zegen.
Wat doe je als je toch hebt gezondigd?
Zingen: Ps. 19:5
