LEZEN: Jak. 2:8-13
Want onbarmhartig zal het oordeel zijn over hem die geen barmhartigheid heeft bewezen. En de barmhartigheid triomfeert over het oordeel. – Jak. 8:13
Jakobus betrekt nu ook Gods Woord, “ de Schrift” bij zijn woorden over het wangedrag van de rijken. Het betreft Gods wet, die onder Koning Christus “de koninklijke wet” is geworden. Dat wil zeggen het is de wet van Gods Koninkrijk, waar Christus regeert en ieders handelen oordeelt naar deze wet. Het is de wet waarin God van ons liefde vraagt tot Hem en tot de naaste (Matt. 22:39).
Bij naastenliefde hoort ook dat je handelt zonder aanzien des persoons. Als je wel met aanzien des persoons handelt, toon je geen naastenliefde, maar doe je een zonde die door de wet wordt ontmaskerd, blootgelegd. Dan blijk je een overtreder van de wet te zijn. Je kan dan bij andere geboden gehoorzaamheid laten zien, toch overtreed je de wet.
Je bent dan schuldig aan alle geboden omdat alles bijeen hoort in de wet: liefde tot God en de naaste. Die dubbele liefde is verstoord, als er geen berouw en bekering op volgt.
Van Zijn kant laat God Zijn liefde zien in Zijn Zoon: Hij is ons barmhartig als wij voor onze vergeving bij Christus schuilen en Zijn liefde willen beantwoorden in de kracht van Zijn Geest.
Voor dat laatste hebben wij de koninklijke wet van de vrijheid ontvangen om ons aan onze zonden te ontdekken en als richtsnoer te dienen voor onze dankbaarheid.
Maar als wij onze zonde niet willen belijden en ons niet willen bekeren, zal God Zijn barmhartigheid intrekken en ons Zijn oordeel laten ondergaan. God neemt het hoog op als wij geen barmhartigheid tonen tegenover onze behoeftige broeder of zuster. Christus zelf neemt dit als voorbeeld van het laatste oordeel (Matt. 25:41-46).
Tegelijk ziet Hij onze uiting van barmhartigheid tegenover behoeftige kerkleden als bewijs van onze liefde tot Hem (Matt. 25:34-40). Dan triomfeert onze geschonken en getoonde barmhartigheid tegen het oordeel (vs.13).
Wat doe jij met de boodschap van Jakobus?
Zingen: Ps. 112:3,4