LEZEN: 2 Petr. 2:10-11: … hen die in onreine begeerte het vlees achternalopen en … er niet voor terugschrikken om al wat eer toekomt te lasteren …
God zal alle zondaars straffen, maar Petrus noemt nu speciaal hen die zich welbewust overgeven aan gruwelijke goddeloosheid en grenzeloos onteren van wat God gezag heeft gegeven. Dat zijn mensen die in zondige begeerten “het vlees achternalopen”. Dat houdt in dat ze zedeloos zijn en geen rem kennen om wat God heeft verboden aan seksuele omgang, toch te doen.
Op andere plaatsen in de Bijbel wordt dit gedrag al aangewezen als de meest perverse vorm van goddeloosheid. Mannen die met mannen omgaan, volwassenen die met kinderen of met familieleden seks hebben of zich uitleven in groepsseks. We lezen ervan in Gen. 19:5 en Rom. 1:26-27.
Al wat aan onreine begeerten bevredigd kan worden, lopen ze achterna: ze volgen hun goddeloze lusten en laten zich door niets en niemand ervan weerhouden om te krijgen wat ze willen. Ze zijn zichzelf tot norm en aanvaarden geen gezag. Tegelijk lasteren ze al wat eer toekomt: de Heilige Schrift, Gods wet, de Kerk van Christus, God en Christus Zelf.
Ze durven er leugens en verderfelijke dingen over te zeggen. Ze doen dat zonder enige terughoudendheid, ja zonder dat ze enig gevoel of blijk van eerbied tot God tonen. Ze laten zich door niets wat God boven hen heeft gesteld leiden of afremmen en schrikken niet terug van hun goddeloze acties.
Engelen die in kracht en aanzien zoveel meer zijn dan deze goddelozen, waken zich ervoor over hen een lasterlijk woord of hard oordeel richting de Heere uit te spreken, hoewel zij in hun heiligheid deze mensen volkomen doorzien (vergelijk Zach. 3:2; Judas 9).
Maar deze zondaars ontzien niets, ook het heilige niet.
Is er in onze tijd niet veel herkenbaars in de woorden van Petrus? Laten wij en onze kinderen gewaarschuwd zijn, maar ook bemoedigd dat de Heere de Zijnen blijft kennen, hoe moeilijk het ook wordt.
Kun je een vergelijking aangeven uit onze tijd?
Zingen: Ps. 56:3
