De kerk en Israël 1 – Inleiding

Joden en staat Israël
De ontwikkelingen in en rond de staat Israël vormen momenteel een van de meest actuele onderwerpen in het nieuws vanwege het conflict met Hamas.  De zaak van de Joden, het Joodse volk en de staat Israël vraagt al veel langer veel aandacht. Ook al ver vóór de oprichting van de staat Israël in 1948 (https://nl.wikipedia.org/wiki/Joodse_geschiedenis; https://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_Isra%C3%ABl; https://nl.wikipedia.org/wiki/Zionisme). Dat had ook te maken met de gewelddadige Jodenvervolgingen, ook wel pogroms genoemd,  zoals die na de Babylonische ballingschap (Esther) vanaf het jaar 1033 in allerlei landen plaats vonden (https://nl.wikipedia.org/wiki/Pogrom). Ook waren er pogingen tot genocide om alle joden uit te roeien zoals de holocaust tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarmee tussen de vijf tot zes miljoen Europese Joden werden vermoord (https://nl.wikipedia.org/wiki/Holocaust). Ook na de oprichting van de staat Israël is deze omgeven door veel vijandschap en oorlogsgeweld.

De kerk heeft op haar beurt ook veel met Joden te stellen gehad. Dat hield niet op bij de verwerping van de Heere Jezus aan het kruis. Denk aan de vijandige houding van het Sanhedrin en de Joodse bevolking na Pinksteren, niet alleen in Israël maar ook in de zendingsgebieden. Intern waren het ook vaak Judaïsten die kerkverwoestend bezig waren.

Tegelijk was onze Heere Jezus ook Jood evenals Zijn discipelen, de latere apostelen, inclusief Paulus. Ook de eerste gemeente in Jeruzalem was Joods. Paulus ging met het evangelie ook eerst naar de Joden, ook al vond hij daar maar weinig gehoor.

Reactie van de kerk
In de loop van de tijd was er in de kerk als reactie op de vijandige opstelling van Joden (zie bv. Openb. 2:9) aanvankelijk een antipathie tegen Joden op te merken, met name bij Chrysostomos. Luther schaarde de Joden bij ketters en Turken (Moslims) vanwege hun opstelling tegen het christelijke geloof. Calvijn zag het Joodse volk als definitief verworpen, waarbij individuele Joden behouden kunnen worden (Commentaar op Rom. 9 – 11). Hij roept niet op tot haat, maar stelt wel in Institutie Boek I, Hoofdstuk 8, Paragraaf 10, dat de Joden weliswaar de oudtestamentische boeken van de Bijbel hebben bewaard, maar juist de grootste vijanden van Christus waren. Toch behoudt God Zich door een ongelooflijk wonder een overblijfsel (Commentaar op Matt. 27:25).

In de uitgave van de Christelijk Gereformeerde Deputaten Kerk en Israël “Vrede over Israël” jg. 25 no. 6 ( https://www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel/voi25-6g.php) staat een overzicht van de hand van ds. M. Drayer over de houding van de kerken die voortkomen uit de Afscheiding m.b.t. de Joden.

In 1875 werd er voor het eerst op een generale synode (Christelijke Gereformeerde Kerken) gesproken over de mogelijkheid van zending onder Israël. Er werd een commissie benoemd, die dit werk oppakte onder Joden in Amsterdam.  De synode van 1892 van de Vereniging zette het werk voort met een deputaatschap voor zending onder Joden.

In de Christelijk Gereformeerde Kerken werd vanaf 1931 ook weer aan een deputaatschap gewerkt, waarbij vanaf 1959 het werkterrein tot in Jeruzalem werd uitgebreid.

Wat betreft de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt werd de zending in Israël pas in 1986 opgepakt met name door steun te verlenen aan gemeenten van Messias belijdende Joden in Israël.

De Gereformeerde Kerken (2024) hebben over deze materie geen kerkelijke uitspraak gedaan of werkzaamheden voorgesteld. Dat geldt ook voor DGK (2003-2024) en GKN (2009-2024)

Verschil van mening
Er zijn onder zich gereformeerd noemende kerken vandaag de dag duidelijk uiteenlopende meningen over de positie en de toekomst Israël en haar verhouding met de Christelijke kerk, niet alleen tussen kerken onderling maar ook binnen die kerken. Dat betreft ook het zicht op de verhouding kerk – Israël.
Daarbij komen allerlei vragen naar voren, waarop een verschillend antwoord wordt gegeven.

De belangrijkste zijn: moeten we Israël nog steeds blijven zien als het oude bondsvolk dat aanspraak kan maken op de oude verbondsbeloften zoals die in het Oude Testament zijn toegezegd? Hebben zij als volk een bijzondere bevoorrechte positie in de wereld?
Is ook de landbelofte van Kanaän nog steeds geldig?

Daarbij horen vragen als: hebben wij een speciale taak als kerk t.o.v. het Joods volk?
Hoe bepaalt dit de inhoud van onze gebeden en onze zendings- of evangelisatieactiviteiten?
Hoe stellen we ons op in de politiek: heeft Israël het alleenrecht op de huidige staat op grond van de landbelofte?

Daarbij is ook een punt hoe “Joods” zijn de inwoners van Israël? En wat is de taak t.o.v. Joden die buiten de staat Israël leven (Het totaal van Joden wordt momenteel wereldwijd geschat op 15,2 miljoen met 6,4 miljoen in het land Israël).

Beslissend voor onze visie moet zijn wat de Heilige Schrift hierover zegt.
Dan zijn belangrijke vragen: hoe leggen we oudtestamentische profetieën uit?
Hoever reiken ze en waar hebben ze betrekking op voor de periode na Hemelvaart?
Hoe leggen we de teksten in het Nieuwe Testament uit m.b.t. de positie van Joden ten opzichte van de nieuwtestamentische kerk en de toekomst van het Joodse volk?  

In deze artikelenserie laten we eerst verschillende visies zien over de verhouding kerk en Israël, en de visies op de landbelofte en de toekomst van Israël. Vervolgens staan we uitgebreid stil bij de uitleg van een aantal teksten uit de Schrift, die betrekking hebben op dit vraagstuk. We hopen te eindigen met toepassende conclusies.
                                                                                                                                                                                                          (wordt vervolgd)

Pdf maken (via Printen)