LEZEN: Hebr. 13:15-21
… en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus. Verder, broeders, al wat waar is, al wat eerbaar is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat lieflijk is, al wat welluidend is, als er enige deugd is en als er iets prijzenswaardigs is, bedenk dat. Wat u ook geleerd en ontvangen en gehoord en in mij gezien hebt, doe dat; en de God van de vrede zal met u zijn. – Fil. 4:7-9
Als je je hart uitstort voor de Heere met dankzegging voor Zijn genade dat Hij je gebed zal verhoren (vs.6), dan zal je Zijn vrede mogen ervaren. Dat is niet een vrede met mensen. Deze vrede komt van God in Christus en werkt in je.
Je ontvangt deze vrede door de verzoening van Christus. Daardoor heb je vrede met God, Die vervolgens Zijn vrede in je hart, in je binnenste uitstort. Door gemeenschap met Christus, gaat Gods vrede je meer en meer beheersen.
Als je met blijdschap het werk van de Heere in je leven ziet, zie je alles in de goede verhoudingen, in harmonie. Dat wat je niet begrijpt, laat je bij de Heere met een gebed om wijsheid (Jak. 1:5). Je gaat ervanuit dat God ook het kwade doet meewerken ten goede.
Dan zal bezorgdheid je niet gaan beheersen. Ook wordt zo de zekerheid van je geloof versterkt. Er is steeds reden voor blijdschap want die vrede bewaakt je gedachten in Christus Jezus (vs.7). Daardoor krijgen onvrede, onrust, radeloosheid, uitzichtloosheid of somberheid steeds minder kans.
Paulus zegt: deze vrede van God gaat alle begrip te boven: wij kunnen het niet bedenken of tot stand brengen. Het is Gods genadegave in Christus. God wil dan wel een leven in dankbaarheid en blijdschap, vol vertrouwen op Hem zien, waarbij we ons in Hem verheugen en doen wat past bij Zijn Woord in een levend geloof. In àlle opzicht.
Paulus zegt daarbij dat navolging van hem in alles wat Gods Woord hen heeft geleerd, Gods zegen zal krijgen: de zegen van Zijn voortdurende nabijheid als de God van de vrede met uitzicht op het eeuwige Vrederijk.
Herken je de vrede van God die Paulus noemt?
Zingen: Ps. 29:5
