Dit is het vervolg van de uitleg van Openbaring 20 en het laatste artikel van deze reeks.
De eerste opstanding
Als gelovigen in Christus ontslapen, zullen zij, en alleen zij, de éérste opstanding mogen ontvangen (Openb. 20:4-6). Dan is bij hen alles aan verdrukking, zonde en verderf achtergelaten en de ziel behouden; die mag zijn waar Christus is. Die ziel is dan veilig in het hemelse huis van God. Als verloste van Christus ben je daar definitief onbereikbaar voor satan en het beest. Je hebt deel aan de eerste opstanding. De eerste, want er volgt nog een tweede, definitieve opstanding. Maar de tweede dood heeft geen macht meer over je, als je deel hebt aan de eerste opstanding (vers 6). Die tweede dood is de eeuwige dood.
Zalig en heilig is hij die deel heeft aan de eerste opstanding. Want dan wacht je de tweede opstanding als opstanding ten eeuwige leven op de jongste dag bij de wederkomst van Christus (Dan. 12:2,3; Matt. 24:31, 25:46; Joh. 5:29; 1 Kor. 15:52; 1 Tess. 4:16). Je bent dan zalig: vol van geluk. Je bent heilig: vrij van zonde.
De eerste opstanding is niet bestemd voor een ieder die zegt “Heere Heere”, maar voor wie doet de wil van God; niet voor naamchristenen die meelopen met de wereld. Vers 4 is daar heel duidelijk over. De eerste opstanding is er voor hen die de strijd van het geloof ten einde toe hebben gelopen, die volhard hebben in het geloof, de wereldse verleidingen hebben weerstaan, en de naam van Jezus niet hebben verloochend en zich voor Hem niet hebben geschaamd. Zelfs als dat zou betekenen dat ze zouden worden onthoofd of gemarteld (vers 4).
Al deze gevaren doen zich op aarde voor onder de regering van de Heere Christus. Ze gaan niet buiten Hem om! Christus em omHemwil zo zien in hoeverre de Zijnen Hem echt liefhebben. Hij wil zo toetsen of hun geloof waarachtig is. Dat staat op het spel, zo vaak zij te maken hebben met verleiding en verdrukking.
Er komt een tijd dat Christus de satan loslaat in deze wereld. Dat zal zijn vlak voor Zijn wederkomst. Dan zal alle verleiding tot een hoogtepunt komen en de wetteloosheid vrijwel alles beheersen. Dan kunnen de gelovigen niet meer kopen of verkopen, en zal de kerk steeds meer tegenstand ondervinden. God zal dan die tijd “inkorten” zodat niet iedereen zal bezwijken (Matt. 24:22).
Dan zal de satan doen wat hij altijd heeft gewild: alle volken tegen de kerk van Christus opzetten (vers 7v). Maar juist dan zal Christus de duivel met al zijn aanhangers met vuur neerslaan en werpen in de poel des vuurs (19:21;20:10). Dat is de tweede dood (vers 14).
De troost is dat ook dàn de ware trouwe kerk niet zal worden overmeesterd door de poorten van de hel, ieder die opgeschreven is in het boek des levens (Matt. 16:18; Dan.12:2; Openb, 20:9). Christus vermorzelt voorgoed de kop van de slang. Dan is elke macht van zonde en dood gebroken. Dan zal de bazuin klinken en zullen de graven opengaan en de doden worden opgewekt (20:12; Joh.5:28,29). Dat is de tweede opstanding.
Wat doen de zielen in de eerste opstanding?
De eerste opstanding is dus een geweldige ontwikkeling voor hen die hierin mogen delen. Ze zijn bewaard voor de eeuwigheid. De tweede dood heeft geen macht meer over hen (vers 6). Dat is genade in Christus. Dat geeft dan grote blijdschap. Dat is nu al tot troost.
Welke taken krijgen de gelovigen in de eerste opstanding? De zielen slapen niet, ze staan op om te leven tot aan de jongste dag, als ze verenigd worden met hun lichaam.
Vers 4 zegt: “Zij leefden”! Dat leven is het waarachtige leven in gemeenschap met Christus. Dat mocht er in aanvang al op aarde zijn (Joh. 5:24), maar wordt in heerlijkheid en heiligheid voortgezet. Het met Christus zijn en met Hem leven, is het alles bepalende van de eerste opstanding.
Johannes ziet daarbij ook tronen (vers 4), waarop deze zielen gaan zitten. Tronen wijzen op een verhoogde eervolle positie. De gelovigen die op aarde verdrukt en veracht zijn, mogen koninklijke waardigheid ontvangen. Ja, ze mogen zelfs regeren, heersen en oordeel uitoefenen. Dat moeten we zien in verbinding met Christus, hun Heere, als Koning en Rechter. De gelovigen zijn als zijn kerk gegaan van lijden tot heerlijkheid en delen in de overwinning en heerlijkheid van Christus. Christus Zelf regeert en oordeelt aan Vaders rechterhand de volken en de wereld. In die verhoogde heerlijkheid van het koningschap en rechterschap van Christus mogen de ontslapen gelovigen delen. Ze heersen mee en oordelen mee met Christus.
Er is dus niet alleen een einde gekomen aan ellende en leed, er is niet alleen rust van moeitevolle strijd, er is verhoging en eer. Een geweldige genadegave, die wacht na het sterven. Wat houdt dat regeren in? De Bijbel laat ons daarvan niet veel weten. Op andere plaatsen in Openbaring lezen we van de zielen die bidden, zoals de zielen onder het altaar (Openb. 6). Dat gebed betreft de voortgang van Christus’ verlossingswerk. Er wordt gebeden om de vervolging en verdrukking te wreken, die de kerk van Christus ondergaat. Er wordt gebeden dat God Zijn recht laat zegevieren. Er wordt gebeden om de komst van het laatste oordeel en de spoedige wederkomst van Christus. Zo regeren gestorven heiligen met Christus vooral door middel van hun gebeden, die door Hem verhoord worden. Zo werken ze ook mee aan het oordeel van Christus’ rechtspraak.
Naast het meeregeren zullen de zielen ook priesters zijn; priesters van God en van Christus, zegt vers 6. Zij zullen God eb Christus dienen in de hemel door een voortdurende en heilige toewijding, door aanbidding en lofzang. Ook daarvan lezen we in Openbaring o.a. in 4:10,11; 5:8v; 11:17,18; 14:3.
Het leven van de zielen van de gelovigen met Christus in de hemel is geen eindstation. Het is een tussenstation waarbij alles gericht is op de voltooiing van alle dingen door Christus, Zijn wederkomst en de komst van Zijn volmaakte vrederijk en de eeuwige heerlijkheid.
Conclusie
Openbaring 20 spreekt niet van een 1000-jarig of langdurig aards vrederijk zoals in verschillende vormen van het chiliasme wordt geleerd (zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Chiliasme). Er is geen enkele aanwijzing dat aan het eind van de tijden na grote verdrukking de stad Jeruzalem het centrum wordt van een samenleving van het Joodse volk tezamen met de christelijke kerk uit de heidenen onder koning Christus.
In heel Gods Woord is ook geen belofte van nieuwe positie voor de staat Israël.
De misvattingen die de bodem voor deze ideeën vormen betreffen o.a. het miskennen van de voortgang van oude naar nieuwe verbond, een verkeerde interpretatie van bepaalde teksten zoals Rom. 11:26 en een verkeerde opvatting over de aard van de visioenen en de tijdvolgorde in het boek Openbaring.
Openbaring 20 spreekt wel van de absolute macht van Christus, zoals Hij die heeft na Zijn Hemelvaart. Hij doet met satan, wat Hij wil. Hij bindt hem en Hij laat hem los. Hij vergadert Zijn kerk, waar Hij wil. Hij trekt de Zijnen tot Zich en haalt hen thuis. Hij verhoogt de Zijnen en Hij vernedert Zijn tegenstanders, naar Gods raad. Hij zorgt ervoor dat geen van de Zijnen uit Zijn hand wordt gerukt. En dat God aan Zijn volle getal komt. Hij zal Zijn trouwe kerk bewaren in het uur van de grote verzoeking.
Dat geeft troost geven en zekerheid in het leven van alle dag. Dat spoort aan tot een heilige levenswandel en geloofsvolharding. En tot aanhoudend gebed om de komst van Gods koninkrijk en de wederkomst van Christus.
Hiermee is deze reeks artikelen over Kerk en Israël afgerond.
