by T.L. Bruinius | 21 juni 2025 06:00
Als we elkaar willen bouwen in de kerk, en als we goede leiding willen geven in gezin en gemeente, dan is één van de eerste begrippen waar we over moeten nadenken ‘dienstbaarheid’. De bereidheid om elkaar te dienen. Als we begrijpen en ons eigen maken wat dat inhoudt kan ons dat bewaren voor een verkeerde omgang met elkaar en voor een verkeerde manier van leiding geven. Elkaar dienen, als broeders en zusters, dat is een Bijbelse roeping. Dienen, dat is het tegenovergestelde van heersen. Het tegenovergestelde van zelf belangrijk zijn. De Heere Jezus legt dat Zelf ook uit aan zijn discipelen: “Maar zo zal het onder u niet zijn; maar wie onder u belangrijk wil worden, die moet uw dienaar zijn. En wie van u de eerste zal willen worden, die moet dienaar van allen zijn.” (Markus 10: 43, 44). In de gemeente, in besturen van organisaties, in het bijzonder ambt moeten we dienaren en dienaressen zijn. Vanuit die heel bijzondere dienst van Christus voor onze verlossing.
Elkaar dienen, dat is gestalte geven aan de door de Heere geboden liefde. Aan het grote gebod: “U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.” (o.a. Mattheus 22: 37-39).
Paulus schrijft in de brief aan de Galaten: “Want u bent tot vrijheid geroepen, broeders, alleen niet tot die vrijheid die aanleiding geeft aan het vlees; maar dien elkaar door de liefde.” (Galaten 5: 13, 14)
Onder onze christelijke omgang met elkaar, onder ons elkaar bemoedigen, aanvuren en vermanen (ja, dat ook!), ligt dat grote gebod. Volmaakt vervuld door Christus. Voor ons is het onze gelovige roeping. In het ambt van alle gelovigen en in het bijzonder ambt.
Dienst
Al het ambtswerk, alle leiding geven in de kerk, alle onderlinge opbouw is dus “dienst”. Dienst aan de Heere Christus, het Hoofd van de kerk. Dienst aan de broeders en zusters, dienst ook aan de jongeren en kinderen in de kerk. Niemand is uitsluitend voor zichzelf bezig. Dat besef, dat geloof, die wetenschap dat we allemaal geroepen zijn tot dienst kan voorkomen dat we ongewild en langzamerhand toch op een wereldse manier met elkaar omgaan en aan elkaar leiding geven.
Dat vraagt van ons een bepaalde houding.
Ondergeschikt
Dienst in christelijke, in Bijbelse zin betekent altijd dienst in ondergeschiktheid. Ondergeschikt aan onze Heere Christus. Gehoorzaam gaan waar Hij roept.
Het betekent ook gráág dienstbáár willen zijn. Gráág Christus willen dienen. En vanuit die dienstbaarheid aan Christus, we zeggen het nog maar eens, gráág aan de gemeente, aan de broeders en zusters dienstbaar willen zijn.
Het houdt in het besef dat de Heere voor die dienst gebruik wil maken van zòndige mensen. Van mensen die uit zichzelf geneigd zijn tot alle kwaad. Mensen die dagelijks vergeving nodig hebben. Die niet beter zijn dan een ander.
Afhankelijk
Het houdt in afhankelijkheid. Afhankelijk willen zijn. Om de dienst goed te vervullen ben je afhankelijk van de Heere. Als je zèlf wilt komt het niet goed. De Heere moet het doen. Hij moet voorzien in je tekortkomingen. Hij moet Zijn zegen geven over de dienst.
Ootmoed
Het houdt in ootmoedig zijn. Ootmoed, een wat ouderwets woord. Het betekent nederigheid. Onderworpenheid.
Christelijk met elkaar omgaan vraagt afzien van jezelf. Christelijk leiding geven betekent voorop gaan in ootmoed. Altijd een ootmoedige houding tonen.
Liefde
Het houdt in voorop gaan in liefde. In de liefde die de Bijbel ons leert. In I Korintiërs 13.
Dat is niet het zelfde als slapheid of toegevendheid. Zo legt de wereld het uit. Dat is ook het gevaar in de kerk, dat we het juiste zicht op de Bijbelse liefde langzaam kwijtraken. Maar Bijbelse liefde is juist het tegendeel van slapheid, van ‘alles mag en kan’. Het tegendeel van onbijbelse verdraagzaamheid en ‘ach, laat maar gaan’.
Leiding geven aan en met elkaar omgaan als broeders en zusters vraagt soms om strengheid en daadkracht. Om aan te geven waar grenzen liggen. Om duidelijk te zijn over wat de Heere in Zijn Woord van ons vraagt. In het gezin. Op school. In ons werk. In de kerk. Op verenigingen. In de gemeente.
Alleen in Christus’ kracht
Het is daarbij belangrijk om uit te stralen dat je alleen in Christus’ kracht die dienst kunt verrichten. Dat je net zo zondig bent als de mensen om je heen. Dat je de liefde van Christus zelf nodig hebt. Dat je ook in je omgang met en leiding geven aan de ander uitnemender acht dan jezelf. Dat je weet wat zelfverloochening is.
Dat is geen kunstje, geen vaardigheid die je zomaar even op een achternamiddag kunt aanleren. Het heeft te maken met geloof en met je ervan bewust zijn wat de liefde van de Heere betekent voor de hele dienst als gelovige en de dienst in het bijzonder ambt. Dat betekent oefenen, continu, je hele leven.
Aangenaam
Dat is nu, zo menen we, ‘aangenaam’ zijn. Aangenaam voor de Heere. Aangenaam voor de naaste. Voor onze broeders en zusters. Voor de jongeren in de kerk.
Het woord ‘aangenaam’ heeft o.a. de betekenis van positief tegen elkaar zijn. Gevoelens van vreugde en dankbaarheid oproepend. Dat kun je heel plat, heel menselijk opvatten. Maar in Bijbelse zin heeft het een diepe lading. Positief, vreugde, dankbaarheid, dat heeft te maken met de vruchten van het geloof. Met verlossing en behoud. Met vreugde en dankbaarheid voor de Heere.
Woorden die aangenaam zijn, zijn gericht op het behoud van de naaste. In een volgend artikel willen we daar nog verder op ingaan.
(wordt vervolgd)
Source URL: https://www.bouwen-en-bewaren.nl/2025/06/21/laat-uw-woord-altijd-aangenaam-zijn-2/
Copyright ©2026 Bouwen en Bewaren unless otherwise noted.