Laat uw woord altijd aangenaam zijn 4

In de vorige artikelen in deze serie hebben we gezien dat ons spreken en handelen, ons omgaan met elkaar, in de kerk en naar buiten, ons leiding geven in de gemeente en aan de gemeente, ‘aangenaam’ moet zijn. Aangenaam in Bijbelse zin: dienstbaar en meewerkend aan het behoud van de naaste. We noemden in het eerste artikel vier begrippen waaraan we in dat kader aandacht willen geven: dienstbaarheid, liefde tot de naaste, Bijbelse wijsheid en het vertonen van het beeld van Christus.
Op de liefde tot de naaste willen we nu dieper ingaan. Iets hebben we er al over opgemerkt maar het is de moeite waard om vanuit de Bijbel over dit punt nog meer te zeggen.

Een weg die alles overtreft
In het Bijbelboek I Korinthe, en vooral in de hoofdstukken 12 en 13, maakt Paulus duidelijk hoe ons spreken met name in de gemeente ‘aangenaam’ moet zijn. Hoe we moeten omgaan met onze broeders en zusters en elkaar moeten bouwen door de vele gaven die Christus in Zijn gemeente geeft. En die gaven zijn er veel. Christus geeft alles wat de gemeente voor onderlinge opbouw en leiding nodig heeft.
En dan zegt Paulus in hoofdstuk 12 vers 31: ‘En ik wijs u een weg die dit alles nog overtreft’.
Een weg die al die gaven nog te boven gaat! Een weg die nodig is om al die van God gegeven gaven in te zetten in de gemeente, in de kerk. Een weg die noodzakelijk is om in goede harmonie de bouw van Gods kerk te dienen. Een weg die noodzakelijk is om elkáár te dienen in de kerk.
Die weg die alles overtreft is nu de weg van de liefde.[i]

Grote gebod
Die liefde, dat is de onderlinge liefde die rust in, die voortkomt uit de liefde van God. De liefde die ertoe leidde dat God de Vader Zijn eniggeboren Zoon gaf. Voor ons. De liefde waarmee Christus Zichzelf offerde aan het kruis. Voor ons.
De liefde waarvan Johannes ons in zijn brieven leert dat die vooral zichtbaar wordt in het doen van Gods geboden.

Die liefde, we schreven het al eerder, is niet alleen maar lief doen tegen elkaar. Die liefde is niet alles maar goed vinden. Die liefde is niet zonder meer aardig zijn en ondertussen toch jezelf iets beter vinden. Die liefde is niet altijd oplossingen zoeken waar iedereen het mee eens is.
Nee, het is Gods gebóden doen. Gods geboden houden staat gelijk aan het grote gebod:
‘U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.’ (Mattheus 22; 37-39)

Bijbelse liefde
In hoofdstuk 13 lezen we dan dat prachtige lied van Paulus over dat grote gebod. En hij maakt duidelijk dat we dat gebod van de liefde een plaats moeten geven in al onze contacten. Onderling als broeders en zusters. Als we leiding geven binnen gemeente en kerkverband. Als we geroepen zijn tot het bijzonder ambt. Het spreken en werken vanuit het grote gebod van de Heere, ‘aangenaam’ spreken, onderscheidt ons ook van de maatschappij waarin we leven.

‘De liefde is geduldig,
zij is vriendelijk,
de liefde is niet jaloers,
de liefde pronkt niet,
zij doet niet gewichtig,
zij handelt niet ongepast,
zij zoekt niet haar eigen belang,
zij wordt niet verbitterd,
zij denkt geen kwaad,
zij verblijdt zich niet over de ongerechtigheid,
maar verheugt zich over de waarheid,
zij bedekt alle dingen,
zij gelooft alle dingen,
zij hoopt alle dingen,
zij verdraagt alle dingen.’
(1 Korinthe 13:4-17)

Geduldig
De liefde is geduldig.
Die luistert in alle rust naar de ander. Die laat hem of haar helemaal uitspreken. Die haast zich niet met een snel oordeel. Die laat de woorden van de ander bezinken. Die vraagt door. Die neemt er de tijd voor. Die probeert te peilen wat de naaste beweegt. Die probeert door woorden en emoties heen te kijken en na te gaan wat daar achter zit. Die heeft oprechte belangstelling voor een broeder of zuster.

Vriendelijk
De liefde is vriendelijk.
Die maakt zich niet boos. Die is niet snel geërgerd. Die gaat niet onmiddellijk in de verdediging. Die heeft geen ‘kort lontje’. Die is niet hard of onbarmhartig. Die behandelt iedereen zoals zij zelf behandeld wil worden.

Niet jaloers
De liefde is niet jaloers en pronkt niet.
Die kent zijn plaats. Die kan het hebben als een ander positieve aandacht krijgt. Die probeert niet zichzelf als belangrijk te laten zien. Die ziet af van zichzelf en acht werkelijk de ander uitnemender dan zichzelf.

Niet gewichtig
De liefde doet niet gewichtig.
Die beroept zich niet op opleiding, positie of status. Die beroept zich niet op het enkele feit van een functie, een taak of een ambt. Die maakt geen gebruik van grote of ingewikkelde woorden en redeneringen. Die blaast zichzelf niet op en maakt zich niet groter dan de ander. Die oordeelt zonder aanzien des persoons. Die is bescheiden en ootmoedig.

Geen eigen belang
De liefde zoekt niet haar eigen belang.
Die is bereid eigen belangen, vermeend of echt, ondergeschikt te maken.. Die is bereid om zich te verdiepen in de woorden en de argumenten van de ander. Die is bereid om eigen mening en beweegreden kritisch onder ogen te zien. Om zichzelf te beproeven. Die wil samen zoeken naar wat de HEERE zegt in Zijn Woord.

Niet kwaaddenkend
De liefde denkt geen kwaad.
Die gaat ervan uit dat de ander ook kind van God is. Broeder en zuster in Christus. Met de beste bedoelingen. Die gaat ervan uit dat ook de ander geestelijk wil spreken. Hoe eenvoudig en moeizaam soms ook.

Vreugde over de waarheid
De liefde verblijdt zich niet over de ongerechtigheid maar verheugt zich over de waarheid.
Die kan geen onrecht, geen leugen en onwaarheid, geen ongehoorzaamheid aan Gods geboden verdragen.
Die is oprecht. Die verkoopt geen smoesjes. Die probeert nergens onderuit te komen. Die stelt zich kwetsbaar op. Die zoekt niet voor het gemak maar praktische oplossingen. Die zoekt geen onschriftuurlijke compromissen. Die zoekt alleen eenvoudig wat de HEERE vraagt. En die verblijdt zich daarin.

Verdraagzaam
De liefde bedekt alle dingen, verdraagt alle dingen.
Die kan een stootje hebben. Die kan voorbijgaan aan onhebbelijkheden en slechte gewoonten. Die is bereid om persoonlijke dingen los te laten in het contact met de naaste. In het leven in de gemeente. In het leiding geven. In het ontvangen van leiding. In de contacten buiten de kerk.

Klinkend koper
Als we het hebben over ‘aangename woorden’, dan is die weg van de liefde buitengewoon belangrijk. Fundamenteel.
Realiseren we ons dat altijd wel? Leven we niet heel vaak maar een beetje oppervlakkig? Zonder te beseffen wat de HEERE in al ons handelen en spreken van ons vraagt? Luisteren we altijd naar elkaar vanuit dat grote gebod? Zitten we zo onder de prediking? Gaan we bewust zo met elkaar om?

Paulus zegt, en wij mogen het met hem zeggen: als ik  de liefde niet heb, als ik niet spreek en handel vanuit de liefde, dan ben ik waardeloos! Dan ben ik niets waard voor de bouw van de gemeente! (I Korinthe 13: 1-3)
Al zou ik heel veel levenservaring hebben… Al zou ik goed opgeleid zijn… Al zou ik geweldig thuis zijn in de Bijbel… Al zou ik een heel goed inzicht in alle dingen hebben… ja, zèlfs al zou ik een gróót gelóóf hebben… Zonder de liefde ben ik waardeloos! Niets!

De apostel Paulus maakt hier een vergelijking met koperen muziekinstrumenten. Klinkend koper, een schallende cimbaal. Die instrumenten kunnen een hard, schetterend geluid laten horen. Fel. Doordringend. Overheersend. Goed hoorbaar. Maar dan? Levert het iets op? Nee. Het is alleen maar een hard geluid. En verder niets. (We willen uiteraard niets af doen van de waarde en de schoonheid van muziekinstrumenten en ook de musici onder ons niet kwetsen maar het gaat om de manier waarop Paulus dat beeld híer gebruikt). Dat is het punt van vergelijking. Alleen maar een hard geluid. Zonder inhoud. Zonder boodschap. Zonder gevolg. Leeg.
En als het geluid wegsterft blijft er niets over.

Dan ben ik niets
Nu, zegt Paulus, als ik de liefde niet heb, dan ben ik zulk klinkend koper. Ik kan een boel lawaai maken, ik kan veel geven aan de kerk, ik kan alle vergaderingen aflopen, ik kan hard roepen over wat ik belangrijk en goed vind, en misschien heb ik nog gelijk ook, maar als ik de liefde niet heb, ben ik niets.
Niets!
Dan draag ik toch helemaal niets bij aan de bouw van Gods gemeente. Dan bouw ik de ander niet op. Dan geef ik geen goede leiding. Dan oefen ik mijn ambt niet goed uit. Dan zijn mijn woorden niet aangenaam en niet dienstbaar.

Belangrijke, indringende woorden.
Hard? Overdreven?
Maar het is het Woord van onze God!
Bij alles wat we doen en zeggen moeten we streven naar de liefde.
En, positief, als we die liefde een plaats geven in  contacten met broeders en zusters, dan heeft dat grote gevolgen. Dan wordt het iets. Dan rust daar zegen op. Dan zijn we echt met elkaar aan het bouwen. Dan gaat er een goed getuigenis van ons uit naar buiten.

Moeilijk?
Dat is de overtreffende weg.
Dat is onze roeping. In onze eigen gemeente. Op vereniging. Op de kerkenraad. In het kerkverband.
Moeilijk?
Ja. Erg moeilijk. Want het strijdt met onze zondige en egocentrische natuur. Het strijdt met alles wat er in de wereld om ons heen is.

Het betekent levenslang werken. Oefenen. Trainen. Bezinnen.
Het betekent levenslang bidden. Ons onvermogen, onze onvolkomenheid, onze grote zonde voorleggen aan de Heere. Vragen om vergeving. En om vernieuwing, iedere dag. Want uit mijzelf red ik het niet. Steeds blijven zien op onze Heere Christus. Als we zien op de onmetelijke genade en liefde die ons gegeven is, als we in geloof door de kracht van de Heilige Geest ons werkelijk ertoe zetten om te leven uit de liefde … Ja, dan kan het. Dan zal er, met alle zonde en onvolmaaktheid, toch een begin zijn van de doorwerking van het grote gebod.

Moeilijk? Ja.
Onmogelijk? Nee.

Volmaakte liefde
Als we ons zo oefenen, in die liefde, dan zijn we geen klinkend koper. Integendeel. Het loopt uit, straks, op de eeuwige bruiloft. Waar we zingend voor de Heere zullen staan op de bruiloft van het Lam. Op de dag dat Koning Christus alles nieuw maakt.

Dan is er geen ongeduld meer. En geen te snelle oordelen. En geen boosheid. En geen irritatie. En geen eigendunk. En geen opgeblazenheid. En geen massieve meningen. En geen ongerechtigheid. Dan hoef ik niet meer te strijden. Dan hoef ik niets meer na te jagen.
Dan hebben we alles. Volmaakte liefde. Door en in Christus.
Dan is al ons spreken volmaakt aangenaam.

                                                                                                                                                                                                     (wordt vervolgd)


[i] Voor dit artikel hebben we o.a. gebruik gemaakt van een eerdere publicatie van onze hand in De Bazuin, 11e jaargang, nr. 9, mei 2017, onder de titel “Klinkend koper”.

Pdf maken (via Printen)