Verzoening
Conflictoplossing betekent verzoening. Verzoening is het wegnemen van wat de goede christelijke verhouding in de weg staat. Weer één maken wat één behoort te zijn. Weer heel maken. Dat is herstel van een geschonden verhouding, een geschonden broederlijke of zusterlijke relatie. De partijen kunnen weer recht en open tegenover elkaar staan. Ze kunnen weer samen verder in de kerk. Zonder negatieve gedachten of gevoelens. (We beperken ons nu tot het kerkelijk leven).
Vergelijk het met de verzoening die de Heere Christus tot stand bracht: we kunnen door Hem weer recht tegenover de HEERE staan.
Naar dat resultaat van het werk van Christus, op grond juist van dat verzoeningswerk, moet ook in de kerk steeds gestreefd worden naar verzoening. De partijen kunnen weer verder als broeders en zusters in Christus. Dan worden ze misschien niet direct goede vrienden maar dat hoeft ook niet. Wat is vriendschap? Is het niet zo dat, als broeders en zusters in goede verhouding met elkaar omgaan, dat in wezen veel en veel meer is dan vriendschap?
Zaak van geloof
Verzoening is uiteindelijk het belangrijkste doel van het werken aan een conflict. Een voluit Bijbelse zaak. Een geloofszaak.
“Hem heeft God openlijk aangewezen als middel tot verzoening, door het geloof in Zijn bloed. Dit was om Zijn rechtvaardigheid te bewijzen vanwege het voorbijgaan aan de zonden die eertijds hadden plaatsgevonden onder de verdraagzaamheid van God.” (Romeinen 3: 25).
“Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon zond als verzoening voor onze zonden. Geliefden, als God ons zo liefhad, moeten ook wij elkaar liefhebben.” (I Johannes 4: 10, 11).
Zo zijn er in de Bijbel vele teksten die wijzen op de verzoening door Christus. Heel de eredienst in het Oude Testament was er op gericht om die verzoening af te beelden.
“Zo zal de priester verzoening voor hem doen over zijn zonde, die hij begaan heeft, in deze of gene zaak, en het zal hem vergeven worden. “ (Leviticus 5: 13)
“Wij leggen onszelf de geboden op dat wij een derde sikkel per jaar zullen geven voor de dienst van het huis van onze God; voor het uitgestalde brood en het voortdurende graanoffer, voor het voortdurende brandoffer, de sabbatten, de nieuwe maanden, voor de feestdagen, voor de geheiligde gaven, voor de zondoffers om verzoening te doen voor Israël, en voor heel de dienst van het huis van onze God.” (Nehemia 10: 32, 33).
Christus maakte door zijn offer aan het kruis de door ons geschonden verhouding met de HEERE weer goed. Als wij in Christus zijn, dan kan het niet anders of ook wij streven altijd verzoening na met onze broeder en zuster. We nemen belemmeringen in onze onderlinge verhouding weg, zoveel als ons mogelijk is. Dan zijn onze woorden aangenaam en gericht op het behoud van onze broeder of zuster.
Vergeving
Tenslotte nog iets over vergeving.
Bij het werken aan de oplossing van conflicten speelt de bereidheid om elkaar te vergeven een grote rol. Misschien is het wel de belangrijkste voorwaarde voor verzoening. In ieder geval is het fundamenteel.
De Bijbel leert ons hoe wezenlijk dat is in de dienst van de Heere. We noemen het bekende Woord van Christus in Mattheüs 18: 21, 22: “Toen kwam Petrus naar Hem toe en zei: Heere, hoeveel keer zal mijn broeder tegen mij zondigen en ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe? Jezus zei tegen hem: Ik zeg u: niet tot zevenmaal, maar tot zeventig maal zevenmaal.”
En in Kolossenzen 3: 13: “Verdraag elkaar en vergeef de een de ander, als iemand tegen iemand anders een klacht heeft; zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen.”
Vergeving wil zeggen dat iemands schuld hem of haar niet meer wordt aangerekend. Nee, het betekent niet dat je een verkeerde daad, een woord, gedaan onrecht moet ‘vergeten’. Dat je het onder de mat moet vegen. Net doen alsof het nooit gezegd of gedaan is. Nee, niet vergeten op die manier. Maar wel vergeten in die zin dat het je niet meer als schuld voor ogen staat. Je denkt er niet meer aan. Het speelt geen rol meer in de verhoudingen. De schuld is weg. Zo vergeeft ook de HEERE onze schuld. Die is weg, die bestaat niet meer.
“Zo ver het oosten is van het westen, zo ver heeft Hij onze overtredingen van ons gedaan.“ (Psalm 103: 12).
“Ik, Ik ben het Die uw overtredingen uitdelgt omwille van Mijzelf, en aan uw zonden denk Ik niet”. (Jesaja 43: 25).
Daardoor is verzoening mogelijk.
Ook op vergeving wordt doorlopend gewezen in de Bijbel. De HEERE vergeeft zijn kinderen hun doodsschuld, omdat Christus de schuld op zich genomen heeft. Daardoor kunnen we léven! Dan moeten ook de gelovigen, de leden van de kerk, elkaar kunnen vergeven. Daartoe dringt, als het goed is, de onderlinge liefde. De broederliefde die rust in de liefde van de Heere.
Met vergeving, van weerskanten, en zo verzoening, moet een conflict-oplossingstraject eindigen. Op twee manieren: samen vergeving vragen aan de Heere, en elkaar vergeven.[i]
Voorwaarde?
Soms wordt wel gesteld dat vergeving alleen mogelijk is wanneer de ander eerst schuld heeft erkend. Wanneer de ander verontschuldigingen aanbiedt. Om vergeving vráágt. Als dat niet gebeurt zou je niet hoeven vergeven.
We menen dat dit niet zonder meer is wat de Bijbel ons leert. De Heere zegt niet tegen Petrus dat hij zeventig maal moet vergeven op vóórwaarde van erkenning van schuld.
Ja, erkenning van schuld is soms echt nodig om herstel en verzoening te bereiken. Een mooi Bijbels voorbeeld is het vragen om vergeving door de broers van Jozef, in opdracht van hun vader Jakob. Zonder dat Jozef er om vroeg. Het was wel nodig. Jakob begreep dat. (Genesis 50: 16, 17)
Maar ook zonder die erkenning moeten broeders en zusters de bereidheid hebben om te vergeven. Keer op keer. Niet vanwege de broeder of zuster maar op grond van het werk van onze Heere Christus.
Worsteling
Vergeven zonder dat de andere ‘partij’ daarom vraagt, zonder dat de ander oprecht verontschuldigingen aanbiedt, kan heel moeilijk zijn. Ach, voor een klein onrecht, voor een verkeerd woord, een liefdeloze daad, ja, dat gaat ons misschien wel lukken. Maar wanneer het gaat om zaken die diep ingrijpen in ons persoonlijk leven, in ons leven in de gemeenschap van de kerk, zaken die ons leven hard raken en misschien wel negatief veranderen, en ze worden niet rechtgezet, dan kan het schenken van vergeving heel erg moeilijk zijn.
Dat kan een worsteling betekenen.
Soms komen we daar niet uit.
Het lukt ons niet.
Dan is er maar één weg: die worsteling, die moeite voorleggen aan de Heere. In gebed. In het geloof dat we de genade van de Heere nodig hebben. In het geloof dat sommige zaken in deze bedeling niet ‘lukken’, maar straks, als de Heere Christus wederkomt, wel. Dat mag rust geven.
Als we weten van zo’n worsteling, die niet onszelf betreft, moeten we ook oppassen om gemakkelijk op vergeving aan te dringen. Om vlot en gedachteloos te wijzen op het gebod van Christus. Want het is vaak niet gemakkelijk. Dan moeten we naast een broeder, een zuster gaan staan. Niet veroordelend en ook niet goed pratend maar begrijpend. En de broeder of zuster helpen om de weg naar Christus te vinden.
Nieuw begin
Tot slot willen we nog een keer prof. Van ’t Spijker laten spreken.[ii]
“In de eerste plaats is de vergeving de vaste grond voor de werkelijk christelijke troost. Dit geldt natuurlijk in de eerste plaats voor de vergeving die de gelovigen van God ontvangen. Eerder merkten we op dat de rechtvaardiging door het geloof niets anders is dan het fundament van de unieke troost in leven en in sterven. Het is, zoals Luther opmerkte, het artikel waarmee de kerk staat of valt. Neem de vergeving weg, dan valt ook de troost weg. Wat blijft er in dit leven dan over voor een christenmens? Geen vrede, geen zekerheid en geen troost in dit leven, en ook geenszins voor het toekomende leven. Van de belangrijkste kernen van het christelijke leven vormt deze belijdenis wel de allereerste. En Jezus leerde Zijn discipelen in een gelijkenis dat men geen vergeving kan ontvangen, wanneer men zelf niet bereid is om te vergeven (Matt. 18: 23-35)• Vergeving die we van God ontvangen hebben, opent de deur voor de vergeving die we aan anderen hebben te schenken. Het is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Maar indien wij een ieder zijn broeder niet van harte vergeven, dan blijft er voor ons ook geen vergeving over. De eenheid van de gemeente is in zekere zin afhankelijk van de vergeving die wij elkaar geven……
We beseffen dit misschien wel veel te weinig. En in ieder geval beleven we het op een al te laag niveau. Daardoor zal het ook komen dat we niet op een goede manier over conflicten en spanningen heen komen.……
Een mens zou echter bij machte moeten zijn om de liefde tot God en de naaste zo te activeren dat men de weg van de vergeving kan inslaan. Veel mensen blijven zitten met de vraag hoe ze verder kunnen na al het Ieed dat hun is aangedaan. Dat kan zeer persoonlijk en individueel zijn. ……
Wie aan Christus verbonden is, zal ook met de gemeente de kracht van de vergeving ondervinden en haar doorgeven aan zijn broeder of zuster. Waar dit niet gebeurt, kan een aanslag van de satan op de gemeente slagen. Hij is er immers op uit om tweedracht te zaaien, en vervolgens de heerschappij over de gemeente over te nemen. Hij treedt op als een bedrieger, die de gemeente in bezit wil krijgen en haar daarom verschalkt met zijn listen. Hij valt als een bliksem uit de hemel (Luk. 10:18). ……
Toch zal dit niet het definitieve einde zijn. Het laatste hoofdstuk van de Bijbel laat ons zien dat het heel anders zal zijn. Een totaal nieuw begin. ‘En hij liet mij een zuivere rivier zien, van het water des levens, helder als kristal, die uit de troon van God en van het Lam kwam. In het midden van haar straat en aan de ene en de andere zijde van de rivier bevond zich de Boom des levens, die twaalf vruchten voortbrengt – van maand tot maand geeft Hij Zijn vrucht. En de bladeren van de boom zijn tot genezing van de heidenvolken. En geen enkele vervloeking zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daar zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen, en zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofd zijn. En daar zal geen nacht zijn, en zij hebben geen lamp en ook geen zonlicht nodig, want de Heere God verlicht hen . En zij zullen als koningen regeren in alle eeuwigheid.”
Laat in dat licht ons woord altijd aangenaam zijn. Er op gericht dat niemand achterblijft maar dat allen deel mogen hebben aan dat nieuwe begin.
[i] We doelen hier niet op heel tere en moeilijke zaken als verkrachting, incest, moord e.d.; dat valt buiten dit bestek; daar zou veel meer over gezegd moeten worden.
[ii] Enkele teksten uit “Conflictstof binnen de gemeente en de weg van het evangelie” – dr. W. van ‘t Spijker – Conflicten en de eenheid van de kerk, Artiosreeks, Heerenveen, Groen, 2012.
