LEZEN: Jes. 40:21-31: … De eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, wordt niet moe en niet afgemat … maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen … zij zullen lopen en niet moe worden.
Jesaja doet namens de HEERE een appel op het volk om God te erkennen zoals Hij Zich heeft geopenbaard. Dat betreft in eerste instantie de afgodendienaars. Hoe kunnen ze zo dwaas zijn dat ze God niet willen kennen? Zijn werk is toch in heel de Schepping te zien: in de hemel boven de aarde en op de aarde zelf zoals deze uit het water oprijst?
Op zichzelf is dat genoeg om alle excuus weg te nemen (Rom. 1:20). Maar daarnaast wordt hun ook over God verteld vanaf de schepping door Adam en zijn nageslacht en na de zondvloed door Noach en zijn nageslacht, waaronder de profeten in Israël.
Daar komt bij dat God vanuit Zijn hoge troon Zijn schepping in stand houdt en Hij alles en iedereen regeert (vs.22). Ook dat zal opgemerkt worden en tot aanbidding moeten leiden. Vergeleken met de almachtige God zijn mensen maar weke sprinkhanen, die zelf de loop van de aarde niet kunnen beïnvloeden. Ook koningen, wereldleiders en rechters, ze zijn niets vergeleken met God. Als kaf in de wind kan God ze wegblazen. Hun leven eindigt in het graf.
Hoe groot is dan God, de heilige, boven alles en iedereen verheven God! Zie dan op naar de hemel en gedenk deze heilige God als Schepper van alle leven, ook van je eigen leven.
Zie af van elke aanbidding van wat Hij gemaakt heeft, zoals de zon, de maan en de sterren. Alles, niets uitgezonderd, is immers aan Hem ondergeschikt.
Als God dan zo groot en hoog verheven is, stel dan je vertrouwen op Hem! Hem ontgaat niets. Niets is Hem teveel. Deze eeuwige God is de God van Zijn volk. Hij geeft hen, die het van Hem verwachten, hemelse krachten, waar aardse krachten tekortschieten (vs. 28-31).
Zo loopt dit gedeelte van Jesaja’s profetie uit op een sterk vertroostende en bemoedigende boodschap: erken de HEERE en verwacht het dan ook van Hem in nood en moeiten. Hij kan en zal dan voorzien in wat nodig is om te kunnen volharden, hoe zwaar het ook is.
Herkennen we iets van die kracht van God?
Zingen: Ps. 97:1
