30 JANUARI 2026 – net vol grote vissen

LEZEN: Joh. 21: 1-14: … zagen zij een kolenvuur met vis daarop liggen en brood … trok het net op het land vol grote vissen, honderddrieën-vijftig … hoewel er zoveel waren, scheurde het net niet … Jezus … nam … het brood en gaf het hen, en de vis eveneens …

Een aantal discipelen gaat op aansporing van Petrus ’s nachts vissen in het meer van Tiberias, maar zij vangen geen enkele vis. In de vroege ochtend horen ze in de boot een man aan de oever roepen: “Kinderen, hebt u iets voor bij het eten”? Daarin klinkt een vertrouwelijke toon. Toch beseffen ze dan nog niet dat het Jezus is.

Als ze terugroepen dat ze niets hebben, antwoordt de man aan de oever: werp het net aan de andere, de rechterkant. Zodra ze dat doen, volgt er een enorme vangst. Pas dan herkent Johannes Jezus in de man aan de oever.

Snel vertelt hij het aan Petrus. Deze springt vervolgens in het water en zwemt snel naar Jezus, terwijl de anderen met grote moeite hun zware vangst veiligstellen. Ondanks de zwaarte blijft het net intact. Als ze gaan tellen komen ze uit op 153 grote vissen. Vervolgens nodigt Jezus hen uit voor het ontbijt dat Hij al heeft klaargemaakt op een kolenvuur: vis en brood.  

Wat is de boodschap van deze waar gebeurde geschiedenis? Wat wil Jezus Zijn discipelen en ons daarmee leren? Allereerst zullen apostelen in hun zendings- en evangelisatiewerk tegenslag ervaren (eerst geen vis vangen), maar dat zal hen niet tot wanhoop moeten brengen. Want de verhoogde Heere zal op Zijn tijd vruchten op hun werk geven.

Uiteindelijk zal de prediking en verspreiding van het evangelie heel veel mensen bereiken, waaronder onverwacht velen tot geloof komen. Door de tijd heen een grote menigte. Het is immers niet de mens die daartoe in staat is, maar Gods Geest. Hij verandert harten van hen die het Woord horen.

Daarnaast ligt er ook een boodschap in het kolenvuur van Jezus met brood en vis: de Heere Jezus is hun Zender. Hij zorgt ervoor dat zij als Zijn apostelen  en ambtsdragers voorzien worden in alles wat ze voor hun werk in dienst van het Koninkrijk nodig hebben (vgl. Matt. 6:33; 10:10; 1 Kor. 9:25; 2 Tim. 2:4)

Hoe zijn wij als kerk ook bezig met deze opdracht?     

Zingen: Ps. 96:5,6

Pdf maken (via Printen)