LEZEN: Ex. 29:1-46: … Zeven dagen lang moet u verzoening doen voor het altaar en het heiligen. Dan zal dat altaar allerheiligst zijn. Ieder die het altaar aanraakt zal heilig zijn.
De priesterwijding omvat handelingen die bedoeld zijn om priesters te heiligen voor de dienst aan de HEERE. Eerst worden ze gewassen: gereinigd van hun zonden. Vervolgens trekt Aäron zijn ambtskleding aan, waarmee hij wordt geheiligd en afgezonderd voor Gods dienst.
Hij wordt gezalfd met olie als teken van de inwoning van de Heilige Geest, Die hem toerust voor zijn ambt. De olie wordt over zijn hoofd uitgegoten en druipt verder op zijn lichaam neer (Ps. 133:2). De zonen van Aäron krijgen dan hun kleding aan, samen met een gordel en hoofddoek.
Een zondoffer volgt, omdat wassen hun zonden nog niet verzoent. Ze leggen hun handen op de kop van een jonge stier, waarmee hun zonden symbolisch worden overgedragen. Het dier wordt geslacht en het bloed wordt aan de hoorns van het altaar gestreken en aan de voet uitgegoten.
Het vet uit de buik wordt verbrand op het altaar, terwijl het vlees, de huid en de mest buiten het kamp worden verbrand (vgl. Hebr. 13:11-13).
Er volgt dan een brandoffer van een ram, als symbool van toewijding aan de HEERE. De priesters tonen dit door hun handen op de kop van de ram te leggen.
Een tweede ram wordt geslacht om zijn bloed sprenkelen op hun rechter oorlel, duim en rechter grote teen, wat hun heiliging van luisteren, doen en gaan symboliseert. Het bloed wordt met olie op hun lichaam en kleding gesprenkeld om alles te heiligen.
Het vlees en vet van de tweede ram worden dan verbrand als een beweeg- en vuuroffer voor de HEERE, terwijl de borst door de priesters mag worden gegeten.
Deze wijding wordt de volgende zes dagen herhaald, wat neerkomt op zeven dagen van verzoening voor de priesters en het altaar, waarmee ze elke keer worden geheiligd.
Welke drie verwijzingen naar Christus’ offer zie je in het zondoffer?
Zingen: Ps. 4:2
