LEZEN: Ex. 33:1-11: … Ik zal Zelf niet in uw midden meetrekken, omdat u een halsstarrig volk bent en Ik u anders onderweg zou vernietigen … De HEERE sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een man met zijn vriend spreekt …
De HEERE verzekert Mozes dat Hij Zich aan Zijn eed aan de aartsvaders zal houden. Wanneer Mozes de opdracht krijgt om Israël naar het beloofde land te leiden, zegt de HEERE: Ik zal een engel vóór u uitzenden en de volken verdrijven, maar Ik zal Zelf niet in uw midden meetrekken.
Als reden hiervoor zegt de HEERE: “ omdat u een halsstarrig volk bent en Ik u anders onderweg zou vernietigen”. Dit betekent echter dat het verbond, als liefdesverbond, niet volledig hersteld is en Gods toorn niet is afgewend.
De HEERE benadrukt dat het niet vanzelfsprekend is dat alles weer als vanouds wordt in de verbondsrelatie. Hij verlangt oprechte verootmoediging van het volk, en dat is precies wat Hij bij hen bewerkt wanneer zij de onheilsboodschap horen. Ze rouwen en doen, op aanwijzing van de HEERE, hun sieraden af.
Mozes zet vervolgens een tent van ontmoeting op buiten het kamp, een soort tent van gebed waar de Israëlieten die de HEERE willen zoeken terecht kunnen. Daar buiten het kamp wil de HEERE Zich nog wel laten vinden.
Mozes gaat die tent binnen. Dan gebeurt iets bijzonders: de wolkkolom die eerder boven de berg stond, verschijnt boven de ingang van de tent als teken van de aanwezigheid van de HEERE.
Het volk gedraagt zich nu eerbiedig: ze kijken Mozes na tot hij de tent heeft bereikt en buigen zich dan bij de ingang van hun eigen tent.
Het gesprek dat Mozes met de HEERE heeft, is heel bijzonder en vertrouwelijk, zoals een man met zijn vriend spreekt. Wanneer Mozes terugkeert, treedt Jozua op als zijn assistent. Jozua heeft, net als Mozes, geen deel gehad aan de afval rond het gouden kalf.
Zijn er nu nog redenen om rouw te bedrijven? Welke?
Zingen: Ps. 106:10
