LEZEN: Ex. 38:1-31: Vervolgens maakte hij het brandofferaltaar van acaciahout … Hij maakte ook zijn hoorns op zijn vier hoeken – zijn hoorns vormden één geheel mee … alle voorwerpen voor het altaar … draagbomen … koperen wasvat met het bijbehorende koperen voetstuk … voorhof … pilaren … kleden .. voetstukken van de pilaren … pinnen … de getelde voorwerpen voor de tabernakel …
Ex. 38 correspondeert als uitvoering met andere hoofdstukken waarin de opdracht staat voor:
Brandofferaltaar – Ex. 27: 1-8 (zie 10 febr. 2026)
Koperen wasvat – Ex. 30: 17-21 (zie 13 febr. 2026)
Voorhof – Ex. 27: 9-19 (zie 10 febr. 2026)
Zie voor commentaar bij de genoemde data.
Zingen: Ps. 27:3
