LEZEN: Ex. 38:1-31: Vervolgens maakte hij het brandofferaltaar van acaciahout … Hij maakte ook zijn hoorns op zijn vier hoeken – zijn hoorns vormden één geheel mee … alle voorwerpen voor het altaar … draagbomen … koperen wasvat met het bijbehorende koperen voetstuk … voorhof … pilaren … kleden .. voetstukken van de pilaren … pinnen … de getelde voorwerpen voor de tabernakel …
Ex. 38 correspondeert als uitvoering met andere hoofdstukken waarin de opdracht staat voor: