Gronden
Een vraag die bij het kennis nemen van het besluit ‘Voorganger’ naar boven komt is: wat betekent dit besluit nu precies?
Voor we verder gaan is het goed om ook te kijken naar de gronden bij het besluit. De gronden moeten meer inzicht geven. Die gronden luiden:
1. De kerken gaan samen verder in een verenigd kerkverband op grond van Schrift en belijdenis en met de bestaande kerkorde. Als er nieuwe zaken op de tafel van de kerken komen zullen de kerken die beoordelen volgens Schrift en belijdenis. De eerdere besluiten die er zijn geweest worden bij de besluitvorming betrokken. De kerken komen dan samen tot een besluit of tot het besluit daarover geen besluit te nemen dat alle kerken bindt.
2. Dit is in lijn met wat de kerken in de Vereniging op de synode van 1892 hebben besloten.
3. Met het opstellen van een lijst van in het verleden door de kerken genomen besluiten t.a.v. de leer, geven de kerken er blijk van, door deze te handhaven, recht te doen aan hun gezamenlijke historie en het kerkvergaderend werk van Christus in de geschiedenis.
4. De kerken binden elkaar in het kerkverband niet boven de Schrift. Zie artikel 32 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en artikel 83 van de kerkorde. Dat stempelt de juiste omgang met de Kerkorde en de omgang met het verleden.
Betrokken of handhaven
We lezen dan dat, als er nieuwe zaken op de tafel van de kerken komen, eerdere besluiten bij het overleg betrokken worden. En dan wordt er wel of niet een besluit genomen dat bindend is voor alle kerken. Er staat niet dat die eerdere besluiten gehandhaafd zullen worden!
Wel komt er een lijst van eerder genomen besluiten die de leer van de kerken raken, besluit 3. En grond 3 suggeréért dat die besluiten, die de leer van de kerk raken, gehandhaafd worden. Maar dat zegt het besluit niet! Betrokken worden bij, of handhaven, dat is toch niet het zelfde? Is het de bedoeling dat alle eerdere besluiten die raken aan de leer van de kerk, gehandhaafd worden? Maar waarom is dat dan niet besloten? Moeten we het zo uitleggen dat besluiten die op de lijst staan bindend zijn en besluiten die niet op de lijst komen te staan niet bindend zijn, maar wel bij besluitvorming kunnen worden betrokken? Zijn besluit en gronden wel in één lijn?
Raken aan
Zo’n lijst betreft dus zaken van voorgaande synoden die ‘raken’ aan de leer van de kerk. Niet aangegeven wordt wat daar precies mee bedoeld wordt. ‘Raken aan’. Dat is heel vaag.
Er waren ten tijde van de vereniging van DGK en de GKN serieuze verschillen tussen de beide kerkverbanden.
– Het gebruik van preken in leesdiensten;
– het gebruik van liturgische formulieren bij openbare geloofsbelijdenis en huwelijksbevestiging;
– de wijze waarop de zusters van de gemeente bij het verkiezen van ambtsdragers worden ingeschakeld;
– het zingen van liederen die niet in het gereformeerd kerkboek zijn opgenomen.
Van die verschillen is uitgesproken dat ze niet kerkscheidend zijn. In de beraadslaging is opgemerkt dat zaken die in strijd zijn met Schrift of belijdenis wel degelijk kerkscheidend zijn. In een eerder besluit [i] werd echter over deze zaken gezegd: “De Synode waarop de vereniging van de Gereformeerde Kerken tot stand komt benoemt deputaten die deze verschillen toetsen aan de Schrift, belijdenis en kerkorde, aandacht hebbend voor eerdere synode uitspraken; deze deputaten doen verslag aan de eerstvolgende synode, die vaststelt welke praktijken zullen gelden in het verenigde kerkverband.”
Wie begrijpt het nu nog? De genoemde zaken zijn niet kerkscheidend en dus niet in strijd met Schrift en belijdenis, maar tegelijk moeten die zaken getoetst worden aan Schrift en belijdenis …….
En er is nog een onduidelijkheid. Het kan zijn, zo leert o.a. Calvijn ons[ii], dat er leerstukken zijn die niet beslissend zijn voor onze zaligheid en waarover nog verschil van mening is. Zonder dat de geloofseenheid daardoor wordt verbroken. Hoe moeten we nu eigenlijk ‘niet kerkscheidend’ in dit verband opvatten?
Overige besluiten
Los van deze verschillen is er m.n. door een aantal synoden van DGK een groot aantal besluiten genomen m.b.t. tot de gereformeerde leer. In die besluiten werd een groot aantal eerdere besluiten uit de GKv verworpen. Alle op grond van de Bijbel en de belijdenis. We noemen bijv. de besluiten[iii] m.b.t. de Nieuwe Bijbelvertaling en Groot Nieuws, vierde gebod en zondagsrust, huwelijksformulier, gezangen en liederen, verhouding met de Christelijke Gereformeerde Kerken, verhouding tot de PCEA, kerkelijk werkers e.a.
Al die besluiten komen blijkbaar op een lijst.
En wat moet er met die lijst gebeuren?
Instructie
Er zijn deputaten benoemd om met deze zaken aan het werk te gaan. In hun instructie[iv] lezen we dat zij op de eerstvolgende synode het volgende moeten neerleggen:
- een voorstel of en welke besluiten uit het verleden noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van het kerkverband;
- een lijst van in het verleden genomen besluiten die de leer, zoals die in onze Belijdenisgeschriften beleden wordt, raakt en van blijvend belang zijn;
- een voorstel hoe we als kerken moeten omgaan met de verschillen zoals genoemd in het door de GS Kampen 2023 en GS Dalfsen 2024 op 16 maart 2024 genomen besluit
Deze instructie geeft niet meer duidelijkheid, integendeel. Over de meeste verschillen zijn door synodes van de voormalige DGK gegronde besluiten genomen. Ze zouden op de lijst moeten. Tegelijk is impliciet al uitgesproken dat de verschillen niet in strijd brengen met Schrift, belijdenis en kerkorde. Verwarrend.
Ook missen we ook een kader waarbinnen deputaten hun werk moeten doen. Ja, ze krijgen wel iets aangereikt: besluiten moeten goed zijn voor het functioneren van het kerkverband. Maar dat is toch niet het eerste? Of gaat het in instructie a. alleen om regelzaken? Maar dat zou dan toch gewoon duidelijk op papier moeten zijn gezet?
Lijkt het er niet op dat de instructies a, b en c met elkaar in strijd kunnen zijn?
1892
Dat brengt ons weer bij 1892.
In grond 2 wordt uitgesproken dat het ‘besluit voorganger’ (zie vorige artikel) in lijn is met wat besloten is tijdens de Vereniging in 1892.
Dan kunnen we vaststellen dat verschillen die te maken hebben met de leer van de kerk vóór de Vereniging zijn uitgesproken en dat daarover eerst overeenstemming was bereikt. Afgesproken werd toen dat de kerken aan voorgaande synodebesluiten, vanaf de bekende Nationale Synode van Dordt (1618/1619) tot aan de Vereniging in 1892, niet meer gebonden waren. (Daarbij moeten we wel bedenken dat er tussen de Dordtse Synode en de eerste generale synode van de Afgescheidenen in 1836 geen synodes gehouden zijn.) Dat werd voor de Vereniging geregeld. Hoe daar ook over te denken valt, het was wel duidelijk. Ook over ernstige verschilpunten tussen afgescheiden en dolerende kerken werd voor de daadwerkelijke eenwording overeenstemming gezocht en bereikt. Te denken valt dan aan de verschillende uitgangspunten van Afscheiding en Doleantie, de verhouding tot de Hervormde Kerk, het in stand houden van een eigen opleiding voor de dienst des Woords, naast de Vrije Universiteit. Verschillen die te maken hadden met de leer van de kerk.
Wat overbleef om te regelen ná de Vereniging waren organisatorische en huishoudelijke zaken. [v]
Is het ‘besluit voorganger’ dan werkelijk in lijn met 1892? Dat zou dan toch alleen gelden voor instructie a?
Kader
Zou in het besluit niet heel gewoon opgenomen moeten zijn dat besluiten van voorgaande synoden die raken aan de leer worden gehandhaafd tènzij aangetoond wordt dat ze in strijd zijn met Bijbel en/of belijdenis?
Is dat niet in lijn met de gereformeerde kerkorde (art. 31)? Is dat niet in lijn met de woorden van ds. H. Bouma?
(wordt vervolgd)
[i] Acta GS Groningen/Kornhorn, 2024, gezamenlijk deel, pag. 91, besluit 1d
[ii] J. Calvijn, Institutie, IV, 1, 12, uitgave dr. C. de Niet, pag. 226
[iii] Acte GS Mariënberg, pag. 29-103 – ook op latere synoden zijn nog besluiten genomen m.b.t. de leer: Zwolle, Emmen en Hasselt
[iv] Acta GS Groningen/Kornhorn, 2024, gezamenlijk deel, pag. 68
[v] Via H. Bouma v.d.m., De vereniging van 1892, Uitgeverij De Vuurbaak, Groningen, 1967, pag. 145
