LEZEN: Ps. 7: 1-18 … Doe Mij recht HEERE, want ik ben rechtvaardig en oprechtheid is bij mij … Ik zal de HEERE loven om Zijn gerechtigheid …
David spreekt over het kwaad dat hem van een zekere Kush is aangedaan. Kush is van de stam Benjamin, net als Saul, zijn grote tegenstander, Simeï die hem vervloekt (2 Sam. 16:7,8) en een zekere Sheba die later een opstand tegen hem leidt (2 Sam. 20:1,2).
In de laatste woorden van Jakob tot zijn zonen in Gen. 49, wordt Benjamin een verscheurende wolf genoemd. Kennelijk beschuldigt Kush David ervan dat hij iemand onrecht heeft gedaan door goed met kwaad te vergelden.
Over dit soort laster kan David niet zijn schouders ophalen en overgaan tot de orde van de dag. David is de gezalfde van de HEERE, het gaat om zijn gezag dat hij rechtstreeks van de HEERE heeft ontvangen.
Ook is zijn rechtsspraak zo niet meer onbesproken. Zijn koningschap staat erdoor op het spel. Een andere zaak is dat laster in het openbaar moeilijk is te bestrijden. Het kan gemakkelijk de zaak verder doen ontsporen met alle gevolgen voor Davids koningschap (vs.3,4).
David gaat de juiste weg: hij brengt het voor de HEERE. De HEERE ziet wat in het hart is en Hij weet feilloos wat er gezegd en gedaan is. Hij spreekt recht over de volken (vs.9) en is een rechtvaardig rechter (vs.12). David zegt in zijn gebed van zichzelf dat hij onschuldig is, oprecht (vs.9).
Rom. 3:10 zegt: “Er is niemand rechtvaardig, ook niet één”. David spreekt hier echter over de onterechte beschuldiging, hij zegt niet dat hij volmaakt is. Ook spreekt hij niet zelf het oordeel over de ander uit, maar legt dit in de handen van de HEERE, die volkomen rechtvaardig oordeelt.
Dat David niet om genade vraagt voor Kush, heeft te maken dat zijn koningschap en daarmee de eer van God Zelf wordt aangetast.
In vers 10-18 getuigt David van zijn grote vertrouwen in de HEERE. Hij proeft ieders hart en nieren. Hij oordeelt ieder naar diens handelen en denken. Niemand zal ontsnappen aan Zijn oordeel. Hij die kwaad doet graaft daarom zijn eigen graf. Deze gedachte is voor David reden om de HEERE te loven om Zijn gerechtigheid.
Welke laster is er tegen de kerk van vandaag?
Zingen: Ps. 7:5,7