LEZEN: Ps. 16:1-11 … De HEERE is mijn enig deel en mijn beker … erfelijk bezit … Is stel mij de HEERE voortdurend voor ogen … U zult mijn ziel in het graf niet verlaten … U maakt mij het pad naar het leven bekend …
Deze Psalm van David is een ‘kleinood’, een kostbaarheid. David zingt over de diepte en rijkdom van zijn geloofsvertrouwen in de HEERE. Opnieuw bevindt hij zich in een moeilijke positie. Hij vraagt de HEERE om bewaring en weet zich bij Hem veilig.
De vertaling van vers 2 in NBG51 lijkt beter dan die van HSV: “Ik heb geen goed buiten u”. Dit sluit aan op Ps. 73:25: “naast U vind ik nergens vreugde”. De betekenis van vers 3 is dan: zo geldt dit ook voor de heiligen en “machtigen” (dat zijn oprechten, uitverkorenen), “in wie ik al mijn vreugde vind”.
David weet zich hartelijk verbonden met de trouwe rest van het volk om al het goede bij de HEERE alleen te zoeken. Dat staat tegenover het leed, het ongeluk, dat afgodendienaars overkomt als straf van de HEERE (2e gebod). Hij wil met hun afgodische praktijken niets te maken hebben (vs.4).
In plaats daarvan beschouwt hij de HEERE Zelf als zijn enig deel en beker: alleen van Hem verwacht hij zijn levensonderhoud en al wat nodig is voor zijn levenstaak in dienst van de HEERE (vs.5).
Zijn leven met de HEERE God op aarde is daarom goed, gelukkig. De toekomst waar het op uitloopt, zijn erfenis, is nog veel rijker. David is tevreden en blij met wat de HEERE hem geeft en belooft (vgl. Hebr. 13:5,6).
Voor het uitvoeren van zijn taken, die de HEERE hem als Zijn gezalfde geeft, heeft hij steeds de raad en richtlijnen van de HEERE Zelf nodig. Hij zal daarvoor Zijn Woord moeten overdenken, hij doet dat zelfs ‘s nachts. De HEERE is nooit uit zijn gedachten!
Ook dat geeft hem veel blijdschap. Zo weet hij zich steeds veilig en gesterkt bij de HEERE, wat er ook gebeurt. Voor David is dit een extra reden voor zijn voortdurende vreugde in de HEERE, zelfs tot in het graf (vs.10).
Hij spreekt hier profetisch met het oog op het graf van zijn grote Zoon, Christus (Hand. 2:25-31). Dat geeft David nog grotere vreugde, omdat Christus ook voor hem het pad naar het eeuwige leven met God zal openen!
Gaan onze gedachten steeds uit naar de Heere?
Zingen: Ps. 16:1,3,5
