LEZEN: Ps. 28:1-9: …. Tot U roep ik. HEERE, mijn rots … hoor mijn luide smeekbeden … ruk mij niet weg met de goddelozen … vergeld hun naar wat zij verdienen … Hij heeft mijn luide smeekbeden gehoord … de HEERE is mijn kracht en mijn schild … verlos Uw volk …
David roept de HEERE aan als sterke en onveranderlijk betrouwbare grond voor zijn hoop en vertrouwen: mijn rots. David ontleent aan Gods trouw dat hij Hem mag aanroepen in gebed en een beroep op Hem mag doen. Hij legt God in het heiligdom zijn grote nood voor: hij is in groot gevaar.
Dat gevaar komt van de kant van leden van Gods volk. Net als in Ps. 26 smeekt David de HEERE dat hij niet hetzelfde oordeel van God ontvangt als de mensen die goddeloos zijn en onrecht bedrijven (vs.3).
Als onrecht noemt hij de wijze waarop ze bedrieglijk andere leden van Gods volk smadelijk behandelen. Ze spreken van vrede terwijl ze uit zijn op verderfelijke dingen. Ze doen zich voor als vrienden, maar het zijn vijanden. Laat de HEERE deze zondaars toch straffen overeenkomstig hun slechte daden.
Davids woorden passen bij Deut. 28:20; Jer. 4:4; 11:12; 23:2,22; 26:3; 44:22. Het gaat hier niet om zondige daden zonder meer; deze mensen laten zich kennen als tegenstanders van de HEERE: ze letten niet op Zijn daden en Zijn werk (vs.5, vgl. Jes. 5:12).
David krijgt antwoord op zijn luide smeekbeden, waarvoor hij de HEERE prijst (vs.6). Hij ervaart Zijn hulp. Dan roept David tot Hem uit: “mijn kracht en mijn schild”. Het vertrouwen in Davids hart is niet beschaamd! Nu juicht zijn hart, zijn innerlijk; dat laat hij weten in dit lied.
David spreekt niet alleen voor zichzelf in deze psalm. Hij spreekt als de gezalfde van de HEERE die het volk van de HEERE moet leiden en verzorgen. Daarom klinkt niet alleen: De HEERE is mijn kracht (vs.7), maar ook: de HEERE is hun kracht (vs.8).
De overwinningen van David zijn ten gunste van het volk. David en het volk zijn beide afhankelijk van de verlossing van God en Zijn zegen.
Zo eindigt David deze psalm met een bede om Gods volk als Gods eigendom te verlossen, te weiden en te dragen tot in eeuwigheid.
In hoeverre heeft de HEERE vers 9 vervuld?
Zingen: Ps. 28:4,5
