Eenheid in verscheidenheid binnen de gemeente 3

Verscheidenheid
De eenheid van de kerk is er dus niet door gelijkheid van mensen, maar wordt door een door de ene Geest bewerkte verscheidenheid tot stand gebracht. We zijn van Christus en in Hem, en zó zijn we één. We zijn doordrenkt met Zijn ene Geest en daarom eensgezind. Hoe geven we daar nu invulling aan?  Hoe gaan we ermee om dat er onderlinge verschillen zijn? Waarbij de een meer verstand heeft dan de ander. Maar die ander misschien meer inzet, meer vastberadenheid. En nog weer een ander is misschien meer dienend, en weer een ander kan onderwijzen enz. enz. Ja, het kan ook zijn dat er leden zijn die minder kunnen geven, maar die juist onze aandacht en dienst vragen, ook dat is zo nodig in de kerk!

Laten we erop toe zien dat de één zich niet belangrijker voelt dan de ander. Denk aan de woorden van de Heere Jezus tot zijn discipelen:
Wie van u belangrijk wil worden, die moet uw dienaar zijn. En wie van u de eerste zal willen worden, die moet slaaf van allen worden. Want ook de Zoon des Mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en  Zijn ziel te geven voor een losprijs voor velen.
(Marc. 10:43-45).

Binnen de gemeente van Christus staat niemand boven de ander, en  mag niemand zich meer of beter achten dan de ander. Andersom behoort ook niemand zich minder te voelen dan andere leden. De Heere zorgt ervoor dat het mogelijk is dat er bij zoveel verschil toch geen verdeeldheid is.
Leden die zich minder op de voorgrond plaatsen, kunnen in de ogen van de Heere belangrijk zijn. Bijvoorbeeld doordat ze Hem in stilte eren en aanhoudend hun gebeden en voorbeden opzenden.

Belangrijk
In de ogen van de Heere is ook een ouderling of dominee niet de belangrijkste, maar Hij let erop of je op de plaats die de Hij je geeft Hem trouw in eenvoud en oprechtheid liefhebt en dient samen met de anderen.  Waarbij je je vooral dienend opstelt. Dienend tot heil en nut van de ander.
Dat bedoelt Paulus te zeggen in 1 Kor. 12:24, dat God het lichaam zo heeft samengesteld dat Hij aan het lid dat tekort komt, groter eer gaf.

Het gaat er in de kerk niet om of de ander jou belangrijk vindt, of je geëerd wordt door anderen in de kerk, of je wel overal bij betrokken wordt als er iets georganiseerd wordt. Maar het gaat erom dat de Heere Christus jou ziet als getrouw lid van Zijn lichaam. Ja, dat kan soms in het verborgene zijn.

Dat mag er niet toe leiden om je liever maar niet beschikbaar te stellen voor een bepaalde functie, als je daarvoor gevraagd wordt. Nee, het betekent dat je je niet moet opdringen. De Heere ziet of je Hem en zijn gemeente echt liefhebt. En Hij beloont dat met Zijn genade op Zijn wijze. Dat is het belangrijkste. We hebben elkaar allemaal nodig, juist omdat Christus ons aan elkaar heeft gegeven. En omdat Hij een ieder van ons belangrijk vindt voor Zijn lichaam. Laten we zo naar elkaar omzien in de eenheid en broederliefde die de Heere in ons werkt.

Met gelijke zorg voor elkaar
God kent alle leden, ook de leden die zich niet op de voorgrond plaatsen. Voor Hem zijn ze allemaal belangrijk. Maar ook wij moeten dat laren zien, en geen aanleiding geven tot verdeeldheid. Die verdeeldheid zou kunnen ontstaan als leden die veel gaven hebben gekregen zich op de voorgrond dringen. Als zij allerlei zaken naar zichzelf toetrekken. Om aan hun trekken te komen. Om geëerd te worden.

In Korinthe waren er opdringerige leden die bij de liefdesmaaltijden de grote porties voor zich opeisten zodat anderen tekort kwamen. Ze voelden zichzelf hoger en beter dan die anderen en wilden geëerd worden en voordeel hebben van hun positie. Maar dat is de Heere een gruwel.
Dat past niet bij de Geest van Christus.

Paulus zegt in vers 25b als de wil van de Heere: “De leden zullen voor elkaar gelijke zorg dragen”. Niemand mag verwaarloosd worden in de zorg voor elkaar. God Zelf ziet een ieder aan en merkt op hoe ook een eenvoudig kerklid Hem liefheeft en Zich voor de gemeente inzet. Zo moeten de kerkleden onderling ook naar elkaar omzien. Leden met meer gaven zullen zich er op moeten toeleggen om vooral te dienen en te geven, i.p.v. zelf gediend of geëerd te willen worden!

Gelijke zorg betekent dat de zorg, die je aan de ander geeft gelijkheid in de gemeente oplevert. Als iemand in geestelijke nood zit, help hem of haar dan met bemoediging en vertroosting. Als een ander in financiële nood is, help die ander dan met geld of goed. Zo zal blijken dat je echt één van hart en ziel bent. Dat je degene die minder heeft, meer geeft. Dan wordt het patroon van die eerste christelijke Pinkstergemeente zichtbaar: ze hadden alle dingen gemeenschappelijk, Hand. 2:44.
Ze gebruikten hun gaven ten dienste van de ander die het nodig had. Geestelijk en financieel.

                                                                                                                                                                                                   (wordt vervolgd)

Pdf maken (via Printen)