LEZEN: Rom. 12:17-21: Vergeld niemand kwaad met kwaad …in vrede met alle mensen. Wreekt uzelf niet … Ik zal het vergelden …
Paulus spreekt over een levend geloof dat uitkomt in liefde tot de naaste. Dat betrekt hij ook op mensen buiten de kerk, zelfs op vijanden (vs.17,18,20).
Ook de Heere Jezus sprak daarover Matt. 5:13-16,44; Luk. 6:27). Wanneer iemand je kwaad doet, moet je zelf dat kwaad niet vergelden met woorden of daden.
Ook elders in de Bijbel lezen we daarvan. 1 Tess. 5:15: “Pas op dat niemand een ander kwaad met kwaad vergeldt, maar jaag altijd het goede na, én voor elkaar, én voor allen”.
1 Kor. 4:12, 13: “Worden wij uitgescholden, dan zegenen wij. Worden wij vervolgd, dan verdragen wij.” 1 Kor. 6:7: ”Waarom lijdt u niet liever onrecht? Waarom laat u zich niet liever benadelen?”
1 Petr. 3:9: “Vergeld geen kwaad met kwaad of laster met laster, maar zegen daarentegen, omdat u weet dat u daartoe geroepen bent, opdat u zegen zult beërven”.
Met deze houding zijn we navolgers van Jezus: “Hij, Die geen zonde gedaan heeft en in wiens mond geen bedrog gevonden is; Die toen Hij uitgescholden werd, niet terugschold, en toen Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem die rechtvaardig oordeelt” (1 Petr. 2:21-23).
Zo schrijft ook Paulus dat we oordeel en straf niet zelf ter hand moeten nemen, maar dit aan de Heere overlaten. Dat wil niet zeggen dat er door bevoegde ambtsdragers geen tucht moet worden uitgeoefend over hen die zich misdragen in de gemeente. Maar deze ambtsdragers doen dit namens de Heere. Zelf mag je je niet wreken, je moet het aan de Heere overlaten.
Paulus wijst er op om juist aan je vijand goed te doen, bijvoorbeeld door hem te eten en te drinken te geven. Zo zul je vurig kolen op hem stapelen (vs. 20). Je zult hem door je goede gedrag beschaamd maken over zichzelf.
1 Petr. 2:15: “Want zo is het de wil van God, dat u door goed te doen het onverstand van de dwaze mensen de mond snoert”. Ook hierbij zullen wij ons eigen ik moeten verloochenen, en uit zijn op het heil van de ander.
Is dit een gemakkelijke opgave?
Zingen: Ps. 112:4
