28 APRIL 2026 – GROETEN

LEZEN: Rom. 16:1-16

Febe wordt genoemd als zuster, zuster in de Heere. Ze is dienares in een andere gemeente in de buurt van Korinthe is. Hier wordt niet het ambt van een diakones bedoeld. Was ze dan iemand die gastvrijheid bood aan reizigers of verzorgde ze de zieken? Ze krijgt een aanbeveling. Een soort attestatie om haar waardig te ontvangen en hulp te verlenen als iemand die zelf ook anderen heeft geholpen bij het kerkenwerk.

Verschillende mensen verdienen een groet in de brief aan de Romeinen. Zo’n groet geeft erkenning aan als medebroeder of zuster die zich daarmee door Paulus gewaardeerd en gesteund weten, en ook in Rome aanvaard moeten worden. Het zijn vooral medewerkers aan de stichting en opbouw van de gemeente te Rome. Paulus geeft daarmee ook aan: Rome heeft hen nodig.

Prisca en Aquila zijn Joods. Ze worden ook op andere plaatsen in de Bijbel genoemd. Ze zijn medewerkers van Paulus in Christus Jezus in meerdere gemeenten en zijn betrokken bij zijn werk om het Evangelie te brengen. Zo verbleven ze met hem in Korinthe en Efeze en zijn ze nu actief in Rome. Met hun werk hebben ze zelfs hun leven geriskeerd. Alle gemeenten tonen hen hun dankbaarheid. Ook zijn er medegevangenen bij die hij van de gevangenis kent (vs.7).

Er volgen nu nog veel meer namen van broeders en zusters die in Rome verblijven, maar die met Paulus eerder hebben samengewerkt. In vers 10 en 11 worden ook namen genoemd van leden die tot een huisgemeente  behoren.

De heilige kus geeft de gemeenschapsband van de gemeente aan; deze werd ook in de eredienst gebruikt, enigszins te vergelijken met de handdruk aan de prediker, zie ook: 1 Kor. 13:12; 1 Tess., 5:26; 1 Petr., 5:14; Gal. 3:9.

Wat is jou persoonlijke bijdrage aan de gemeenschap van de kerk?

Zingen: Ps. 65:1

Pdf maken (via Printen)