LEZEN: 2 Kon. 6:1-23: … Haal het naar u toe … Sla dit volk toch met blindheid … Dood hen niet … daarop stuurde hij hen terug …
Elisa krijgt van de HEERE de beschikking over wonderlijke krachten om te laten zien dat koning en volk alleen bij de HEERE toekomst hebben. De profeet richt de aandacht van gelovigen en ongelovigen op de HEERE als de Enige die uitkomst geeft in nood.
De profeten-leerlingen raken van slag als zij met beperkte middelen een nieuw onderkomen willen bouwen en er een geleende bijl in het water valt. Maar Elia doet een wonder: de stok die hij in het water gooit maakt dat de bijl boven komt drijven. God staat boven de door Hem geschapen natuurwetten. De discipelen zien de kracht die God door Zijn profeet uitwerkt.
Maar ook richt Elisa zich namens de HEERE tot de regering van Israël. Koning Joram krijgt te maken met vijandelijkheden van de kant van de koning van Syrië (Benhadad III), de opvolger van Hadadezer, bij wie Naäman in dienst stond.
Opnieuw wil Elisa wijzen op de HEERE bij Wie alleen redding mogelijk is. Hij krijgt van de HEERE informatie over de gesprekken van de vijand en waarschuwt de koning van Israël. Dat wordt ontdekt in het Syrische kamp, waarop een klopjacht wordt gestart om Elisa in Dothan gevangen te nemen. Een groot leger met paarden en strijdwagens omringt de stad. Maar tegenover dat leger staat een leger van engelen (vgl. Ps. 34:8; 91:11,12; Matt. 26:53).
Elisa bidt of één van zijn volgelingen, die in de war raakt, dit mag zien. Op het volgende gebed van Elisa wordt vervolgens de vijand door God verblind en worden ze naar Samaria geleid, vier uur lopen daarvandaan. Daar laat Elisa hun ogen weer openen. De vijand is nu overgeleverd aan de goedgunstigheid van hun tegenstanders.
Op Elisa’s bevel blijven ze in leven, worden ze gevoed en weggezonden (vgl. Deut. 20:10-18). Hun les is: ze kunnen Elisa niet gevangennemen als de almachtige God dit niet wil. Zelf zijn ze weerloos.
Voorlopig komen de benden niet terug. De vraag is of koning Joram van Israël zich tot de HEERE bekeert.
Wat is in onze tijd de dienst van engelen voor gelovigen?
Zingen: Ps. 27:6
