Het profetische woord 6

by Tonnis Bruinius | 15 mei 2026 17:10

Over het gezag van de Schrift

In rapport brengen

Een derde belangrijk element in de nieuwe hermeneutiek is de mening dat het Evangelie ‘in rapport’ gebracht moet worden met onze eigen tijd.

Er worden ook wel andere omschrijvingen gebruikt maar de term ‘in rapport brengen’ geeft heel goed aan wat bedoeld wordt.

‘In rapport brengen’ wil ongeveer zeggen: in overeenstemming brengen, in gemeenschap brengen, zo formuleren dat gezocht wordt naar gemeenschappelijke standpunten. Dat aangesloten wordt bij gedeelde zaken.

Als het gaat om de verkondiging van Gods Woord en de prediking, betekent het aansluiting zoeken bij de hoorders van dat Woord. En dan zo dat die hoorders de verkondiging aangenaam vinden. Dat het hen niet afstoot. Dat er gezocht wordt naar gemeenschappelijke inzichten en overtuigingen. Zodat ‘verbinding’ kan ontstaan. Zodat we het samen eens kunnen zijn.

Wijsheid

Is dat niet wat de Bijbel ook zelf zegt? Zo lezen we in Kolossenzen 4: 5 en 6 de opwekking:

“Wandel met wijsheid bij hen die buiten zijn, en buit de geschikte tijd uit. Dat wil zeggen: die buiten de Christelijke gemeente staan. Laat uw woord altijd aangenaam zijn, met zout smakelijk gemaakt, opdat u weet hoe u iedereen moet antwoorden.”

Toch moeten we oppassen met de uitleg en toepassing van deze woorden. Want wat staat er eigenlijk?

Met wijsheid wil in dit verband zeggen dat we voor de verkondiging het juiste ogenblik, de juiste gelegenheid, moeten aangrijpen. Heb je de gelegenheid om het Evangelie te laten spreken, laat die kans dan niet voorbij gaan.[i][1]

Aangenaam

En aangenaam wil niet zeggen dat we niet-kerkelijken, dat we ongelovigen naar de mond moeten praten. Nee, het betekent dat we geen ruwe taal moeten gebruiken, niet heftig worden, niet aanvallend. We moeten de juiste christelijke stijl gebruiken waarmee duidelijk wordt dat we het behoud van de ander zoeken.

Zout

Het spreken vanuit Gods Woord moet ook zout zijn: doortrokken van het geloof. Het geloof dat behoudt. Het geloof in  Christus. Er op gericht dat de hoorder begrijpt wat dat inhoudt. En ook dat duidelijk is dar de he Bijbelse Woord op hem of haar gericht is. Niet onverschillig maar persoonlijk.

Eigen tijd

Maar dat is heel iets anders dan ‘in rapport brengen met de eigen tijd’.

Onze eigen tijd wil niet weten van Gods Woord tot behoud. Hemel en aarde geschapen door God? Door Zijn Woord? Welnee, dat is een mythe. Een oeroud verhaal dat is ontstaan om te verklaren wat mensen vroeger niet konden begrijpen. Mooi. Maar geen waarheid. De mens van onze tijd weet wel beter. Zijn verstand maakt hem duidelijk dat het scheppingsverhaal zeker geen geschiedenis is.

Wonderen als dat wat beschreven is in Jozua 10: 1-21? Over de slag bij Gibeon? Waar zon en maan op het gebed van Jozua bleven stilstaan en de dag verlengd werd? Een oud-oosterse manier van vertellen om de overwinnaar, Jozua, te eren. Zoals oosterse vorsten vaker werden geëerd met overdrijving en het toeschrijven van goddelijke eigenschappen. De machtige mens in het middelpunt!

Dat geldt voor de mensen van onze tijd ook bijv. voor het verhaal van de genezing van Hizkia in II Koningen 20. En voor talloze andere wonderen van de HEERE, beschreven in het Oude Testament.

Ook het offer van onze Heere Christus aan het kruis wordt door onze tijd niet meer aanvaard. Dat was wreed. Bloedig. Maar dat de HEERE, de líefdevolle God, dit wilde, om ons te verlossen? Welnee, hooguit een mooi en indrukwekkend verhaal over een mens die bereid was voor zijn idealen te sterven. Een voorbeeld voor velen. Maar geen waarheid.

Zo kunnen we nog doorgaan. Belangrijk is ook hoe in onze tijd wordt omgegaan met de geboden van de Heere. De mens van vandaag erkent geen geboden die door een hogere instantie zijn gegeven. Hij maakt zelf uit welke wetten en voorschriften hij aanvaardt en welke hij verwerpt. Hij is zijn eigen god en meester. Hij geeft Gods Woord geen gezag.

In rapport brengen?

Aan de mens van onze tijd is het Evangelie nauwelijks meer te ‘verkopen’. Ja, gelukkig voegt de Heere nog dagelijks toe. Door Zij Geest en Zijn Woord. Maar in het algemeen wil de moderne mens van het Woord niet weten. Want dat Woord, met hoeveel wijsheid en hoe aangenaam ook gebracht, het past niet in het moderne denken. Het wordt onverschillig aangehoord of met irritatie, soms met vijandschap.

Dat kan ook niet anders:

“Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart.”(Hebreeën 4: 12).

Tweesnijdend: tot zegen of tot vloek, tot leven of tot dood. De verkondiging van het Evangelie, hoe wijs en aangenaam ook, moet worden gebracht met Gods opdracht:

En neem niet deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmasker ze veeleer. “ (Efeze 5: 11). Dat betekent voor wie niet gelooft confrontatie en oordeel.  Dat aanvaardt onze tijd niet.

Lieve boodschap

En dus moet de boodschap van Gods Woord, volgens de nieuwe hermeneutiek, worden aangepast. Het moet een ‘lieve’ boodschap worden die mensen niet ergert en afstoot. Vertel bewogen over Gods liefde maar laat Zijn toorn over de zonde weg. Verte over het aanvaarden van Gods onuitsprekelijke liefde maar het heb niet over Gods bevel tot geloof en bekering. Of geef daar een heel andere inhoud aan. Leg Gods geboden niet uit zoals ze in de Bijbel staan maar pas ze aan volgens de tijd van vandaag. Abortus, homohuwelijk, ongehuwd samenleven, opstand tegen de overheid ….. het kan allemaal. Als je de Bijbel in rapport brengt met onze tijd. Als je het Woord van God aanpast aan de mens.

In heel veel kerkgenootschappen zien we dat gebeuren. Het profetische Woord wordt een mensenwoord waarvan de mens zelf kan uitmaken wat waar en niet waar is.

Gevaarlijk

Er zou nog heel veel meer over te zeggen zijn. Het klinkt mooi, Gods Woord in rapport brengen met de tijd, zodat de mens het gemakkelijker kan aanvaarden. Maar het betekent dat het gezag van Gods Woord niet meer erkend wordt. Misschien is dit wel het gevaarlijkste element van de nieuwe hermeneutiek. Dat in rapport brengen komt soms heel stil, heel onopvallend. En de kerk, met zondige mensen, is daar zeker niet immuun voor.

Een, wat ons betreft, schrijnend voorbeeld is te vinden in de gronden onder de uitspraak van de GS te Ommen 1993, de synode van de kerken waar we met liefde lid van waren, dat het stemrecht aan de zusters in de gemeente niet mag worden onthouden.

b. de invloed van de tijdgeest hoeft niet bij voorbaat negatief te zijn; ook de huidige wijze van verkiezing is in de loop van de tijd daardoor beïnvloed;

c. de kerk behoort aan de zusters in de gemeente geen stemrecht te geven als een offer aan de tijdgeest; zij behoort aan de zusters het stemrecht ook niet te onthouden uit vrees voor de tijdgeest;

d. wanneer op grond van de Schrift aan de zusters het stemrecht onthouden moet worden, kan dat leiden tot een noodzakelijk isolement voor de kerk; wanneer de Schrift het stemrecht aan de zusters niet verbiedt en het wordt hun toch onthouden, kan dat onnodige vervreemding veroorzaken ten opzichte van het evangelie, zowel in de kerk als daarbuiten;

e. het toekennen van stemrecht aan de zusters is geen uiting van onschriftuurlijk individualisme of van democratisering van de kerk en moet daarom niet beoordeeld worden als een knieval voor verkeerde emancipatiezucht;”

Wel of geen invloed van de tijdgeest? We moeten dit goed lezen. Er wordt in deze gronden o.a. gewaarschuwd tegen een niet noodzakelijk isolement en tegen vervreemding, zowel in de kerk als daarbuiten.

Maar is het niet zo dat de kerk die vasthoudt aan Gods Woord altíjd in het isolement verkeert en dat dit geen argument mag zijn om aan de tijdgeest toe te geven?

Ja, er wordt in onze kerken heel verschillend gedacht over dat besluit. Maar moet het ons, nu we weten waar het op uit liep, niet oplettend en voorzichtig maken?

In een volgend artikel willen we DV iets vertellen over dat afdoen aan het Schriftgezag in de geschiedenis van de kerk.

(wordt vervolgd)


[i][2] Zie hiervoor  en voor het vervolg o.a. de Korte Verklaring, Colossenzen, pag. 66 en 67 en dr. John van Eckt, Kolossenzen en Filemon, Commentaar op het Nieuwe Tesatament, Kok Kampen, 2007, pag. 214 den 215.

Endnotes:
  1. [i]: #_edn1
  2. [i]: #_ednref1

Source URL: https://www.bouwen-en-bewaren.nl/2026/05/15/het-profetische-woord-6/