LEZEN: 2 Kon. 15:1-38: … week niet af van de zonden van Jerobeam …
Koning Azaria, ook wel Uzzia genoemd, gaat in de voetsporen van zijn vader Amazia. Een priester met de naam Zacharia leidt hem eerst op de goede weg, net zoals zijn grootvader Joas onderwezen werd door Jojada.
Maar Uzzia gaat als koning offeren in plaats van de priesters (Kron. 26:16v). Als hij daarover wordt berispt, wordt hij woedend. Op dat moment maakt de HEERE hem melaats tot aan zijn dood (vs.5). Jotham, zijn zoon, neemt ondertussen de regering over Juda waar.
In diezelfde tijd komen meerdere koningen in Israël aan de macht. Bij allen geldt dat zij doen wat slecht is in de ogen van de HEERE. Ondanks de lankmoedigheid van de HERERE komt er geen reformatie.
Als eerste wordt Zacharia genoemd als zoon van Jerobeam en laatste van het nageslacht van Jehu. Hij regeert maar een half jaar totdat hij in het openbaar vermoord wordt door Sallum, die maar een maand regeert in Samaria. Deze wordt op zijn beurt vermoord door Menahem, die een zeer wrede man blijkt te zijn gezien de gruwelijke gebeurtenis in Tifsah en omstreken (vs.16).
Menahem koopt de koning van Assyrie met veel geld om, zodat hij Israël niet aanvalt. Na 10 jaar wordt zijn zoon Pekahia koning. Hij wordt na 2 jaar vermoord door Pekah. Deze wordt op zijn beurt weer vermoord door Hosea, de zoon van Ela.
De profeet Hosea omschrijft de godsdienstige situatie in Israël in Hos. 4:1v, waarin Juda wordt gewaarschuwd niet dezelfde weg te gaan.
We lezen daar o.a.: “Omdat er geen trouw, geen goedertierenheid, geen kennis van God in het land is. Vloeken, liegen, moorden, stelen en overspel plegen zijn wijd verbreid … Ze hebben nagelaten de HEERE te vereren” …
“Hoererij, wijn en nieuwe wijn nemen het hart in beslag. Mijn volk raadpleegt zijn hout, en zijn stok moet het hem bekend maken. Want de geest van de hoererijen heeft hen misleid, zodat zij in hoererij hun God verlaten. Op de toppen van de bergen offeren zij, op de heuvels brengen zij reukoffers … onder elke boom … Zij offeren met de tempelhoeren …. Efraïm is verknocht aan de afgoden. Is hun drinkgelag voorbij, dan geven zij zich over aan hoererij”
Kan het erger?
Gaat het in onze samenleving beter dan toen?
Zingen: Ps. 11:3
