LEZEN: 2 Kon. 23:31-24:20: Joahaz … deed wat slecht was … Farao zette hem gevangen … Jojakim … deed wat slecht was … Nebukadnezar … benden van de Chadeeën … Jojachin … deed wat slecht was … Nebukadnezar … nam hem gevangen … weg naar Babel … Zedekia … deed wat slecht was … de toorn van de HEERE ….
Joahaz, oorspronkelijk Sallum geheten, wordt als zoon van Josia koning. Hij regeert 3 maanden. Van hem wordt gezegd, dat hij doet wat slecht is in de ogen van de HEERE in de lijn van Achaz, Manasse en Amon.
De profeet Jeremia vergelijkt hem met Josia: “Wee hem die zijn huis bouwt met ongerechtigheid … Wilt u koning zijn door te wedijveren in cederhout? Heeft niet uw vader (Josia) gegeten en gedronken en recht en gerechtigheid gedaan? Hem ging het toen goed! Hij behartigde de rechtszaak van de ellendige en de arme. Toen ging het goed! Is dat niet: Mij kennen?, spreekt de HEERE. Maar uw ogen en uw hart zijn op uw winstbejag uit, op het vergieten van onschuldig bloed, op onderdrukking en uitbuiting , om dat te doen” (Jer. 22:11-17).
Het land staat intussen onder gezag van de farao van Egypte. Deze zet Joahaz gevangen en maakt zijn broer Eljakim koning, die hij Jojakim noemt. Jojakim handelt even slecht. Hij perst het volk af om de geldboete aan de farao te kunnen betalen.
In Jer. 22 staat dat ook hij het volk verdrukt, geweld gebruikt en zelf rijk wil zijn: “Zij zullen over hem geen rouw bedrijven … Met een ezelsbegrafenis zal hij begraven worden: men zal hem wegslepen en wegwerpen, ver weg van de poorten van Jeruzalem … Ik sprak in uw zorgeloze rust tot u, maar u zei: Ik wil niet luisteren. Dit is uw weg van uw jeugd af: dat u niet naam Mijn stem geluister hebt … Ja, dan zult beschaamd worden en te schande worden vanwege al uw kwaad … Jer. 22:18-23)”.
Jojakim wordt vazal van Nebukadnezar, de koning van Babel. Hij wordt bestookt door rovende bendes als straf van de HEERE over alle zonden van Manasse (2 Kon. 24:2-4).
Na Jojakim wordt zijn zoon Jojachin koning, gevolg door Zedekia. In hun tijd wordt Juda in ballingschap weggevoerd naar Babel als straf van de HEERE (Deut. 32:15v).
Zijn wij voorbereid op het eindgericht?
Zingen: Ps. 88:1,7
