Het profetische woord 7

Over het gezag van de Schrift

Groninger School
Het is niet zo dat het afdoen van het gezag van het Profetische Woord iets is van ‘andere’ kerkgenootschappen. Van ‘andere’ gezindten. Nee, juist ìn de kerk blijkt het aantrekkelijk te zijn om af te doen van dat gezag. En juist op de trouwe kerk richt de duivel zijn aanvallen. Om de kerk te verleiden elementen van de Schriftkritiek en van de nieuwe hermeneutiek te omarmen. Daarvan  willen we enkele voorbeelden geven.

We beginnen na de Franse Tijd (1795-1813). Met de situatie in de Nederlandse Hervormde Kerk. De gereformeerde kerk van die dagen. Na afval en verzwakking in de achttiende eeuw ontwikkelden zich ook nieuwe Schriftkritische theologische stromingen.[i] De stroming die aan de predikantenopleidingen de meeste invloed kreeg, is de zgn. “Groninger School” of “Groninger Richting”. Die stroming werd vooral overheersend in de kerken door het werk van de hoogleraren aan de Rijksuniversiteit te Groningen.
De Groninger School  ontkende Het Bijbelse evangelie van verzoening door voldoening. Dat kon niet. Dat zou in strijd zijn met de liefde van God. De Zoon van God onze Verlosser door Zijn dood aan het kruis? Nee, dat was een “bloedleer”.
Jezus Christus moet dan ook heel anders gezien worden. Hij is de grote “leermeester”, de grote “opvoeder”. Hij is voor de gelovigen een voorbeeld dat navolging verdient om te komen tot een “hoger” leven.
Het gaat er dan ook om dat de mensen in de kerk worden opgewekt om “deugdzaam” te leven. Netjes, behulpzaam en aardig voor elkaar. (Herkenbaar ook in onze tijd?) Gehoorzaam aan de overheid. Dat moet de boodschap in en van de kerk zijn.

De Groninger School had een  afkeer van belijdenisgeschriften en formulieren. Dopen mocht iedere dominee op zijn eigen manier en met zijn eigen formule doen. Als het maar warm was, aansprekend, gevoelig.
Van de zeer vooraanstaande prof. Hofstede de Groot is de uitspraak “Eerst heb ik de mensen teruggeroepen van de formulieren naar de Bijbel, nu roep ik ze terug van de Bijbel naar het Evangelie in de Bijbel.[ii] 
Leest u het goed? De Bijbel ìs niet het evangelie maar je kunt daarin het evangelie vinden. Ja, het echte evangelie werd weg gepredikt. Ìn de Kerk! 
Een leer die we in de jaren zestig terugvinden in de synodaal gereformeerde kerken, nu PKN. 
O.a. tegen deze leer was de Afscheiding gericht. Terug naar het ware Evangelie. Terug naar het eenvoudig laten staan wat de HEERE gegeven heeft in de Schrift.

Dr. Abraham Kuyper
Enkele decennia later komen we het afdoen van het gezag van Gods Woord opnieuw tegen. Bij dr. Abraham Kuyper. De voorman van de Doleantie. Nee, we mogen niets afdoen aan de enorme betekenis die hij door Gods genade mocht hebben voor de bewaring en bouw van de Kerk in Nederland. Zijn werk is van zeer grote waarde geweest voor de ontwikkeling van gereformeerd onderwijs, gerefomeerde dogmatiek, politiek, kerkrecht en gereformeerd maatschappelijk denken, en voor het dagelijks leven naar Gods Woord. Maar toch ging ook bij Kuyper in sommige Bijbelse leerstukken het verstand vóór het eenvoudig laten staan van het Woord. We denken aan zijn leringen over verbond en doop (veronderstelde wedergeboorte, later heel belangrijk in de Vrijmaking), over de pluriformiteit (niet één ware kerk, de kerk is pluriform, veelvormig, een geluid dat ook nu weer in sommige discussies in onze kerken  naar voren lijkt te komen [iii]) en over de zogenaamde ‘algemene genade’ (al het goede dat de HEERE geeft buiten het geloof om. Een verkeerd gebruik van de term leidt bijv. tot het kunnen samenwerken van de kerk met allerlei wereldse instituties). 
De leringen van Kuyper zijn meegekomen in de Vereniging van 1892 en hebben heel veel moeite veroorzaakt in De Gereformeerde Kerken.

Genesis 1-3
We gaan al die zaken niet helemaal uitwerken. Dat hoeft ook niet. Er is al heel veel over geschreven. En het moeten voorbeelden blijven. Voorbeelden van het gegeven dat de Kerk van Christus niet immuun is voor Schriftkritiek en dat waakzaamheid nodig blijft.

We gaan na Kuyper verder in de tijd. Dan komen we bij ds. J.B. Netelenbos. Deze predikant leerde aan het begin van de twintigste eeuw een andere, niet gereformeerde Schriftbeschouwing, die in strijd was met art. 7 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Ds. Netelenbos maakte verschil tussen de vorm en de inhoud van Gods Woord. De inhoud zou wel geïnspireerd zijn, de vorm niet. Hij had het over oosterse vertelwijzen en paste dit toe op Genesis 1-3. Waardoor hij de waarheid van het Bijbelse verhaal van  schepping en zondeval aantastte.  Hij werd in 1920 afgezet als predikant door de Particuliere Synode van Zeeland. Dat werd bevestigd door de Generale Synode te Leeuwarden in hetzelfde jaar.

Maar korte tijd later kwam de zaak van Genesis 1-3 opnieuw aan de orde. Dr. J.G. Geelkerken eiste ruimte voor de mening dat Genesis 3 geen feitelijke openbaringsgeschiedenis was maar symbolisch kon worden uitgelegd. Gegrond op nieuwe inzichten in (alweer) oud-oosterse vertellingen. De vraag werd gesteld: heeft de slang echt gesproken? De ruimte om hierop nee te zeggen heeft grote gevolgen voor het besef van zonde en voor het geloof in de verlossing door Christus.

Dr. Geelkerken werd om zijn Schriftkritische overtuiging veroordeeld op De Generale Synode te Assen, in 1926. Helaas is de discussie over de juistheid van dit oordeel nooit helemaal verdwenen. In onze tijd, in de CGK (waarmee we samenspraken in de jaren zeventig, tachtig en negentig) en in de GKv, door de inbreng van o.a. prof. dr. De Bruijne, kwam dit weer terug.

Karl Barth
Dr. K. Schilder heeft zich in die jaren, de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, fundamenteel over de zaak uitgelaten. [iv] Hij stelde op grond van de Schrift zelf (n.a.v. de discussie of de scheppingsdagen 2r-uursdagen waren):

“Want zelfs de meest verzekerde tegenstander van de opvatting van
dagen van niet-24 uur, kan het mij toegeven, dat principieel aan de Schrift recht
gedaan blijft, als 3 dingen vaststaan:
1e. dat geen enkele voorstelling ingang vindt in ons gelovig denken, tenzij dan,
dat men in gemoede meent, aan de Schrift deze te mogen ontleenen of ze met de
Schrift te kunnen verbinden;
2e. dat wetenschappelijke onderzoekingen, die buiten de Schrift omgaan, nooit
een bindende maatstaf voor ons geloovig denken zijn (AANLEIDING kunnen, mogen, en moeten ze zelfs, altijd zijn voor nadere toetsing van ons inzicht, omdat wij ons kunnen vergist hebben in onze bewering: dit zegt de Schrift; maar maatstaf mogen ze nooit zijn; zoodat, wanneer het zéker is: dit en dat is door de Schrift geleerd, een enkele wetenschap zich ooit als rechter over de Schrift stellen mag);
3e. dat de werkelijkheid, waarover men spreekt, de werkelijkheid blijft van de 
tijd, waarin wij met alle schepsel hier op aarde leven, en van de ruimte, waarin de 
wereld door God geplaatst is.
Aan deze 3 voorwaarden is telkens voldaan, niet door dr. Geelkerken, maar wel 
door de mannen van Assen, in hun (overigens geheel officieus) spreken over Genesis 1.”

Dat is Schriftgezag. Vergelijk dat maar eens met de woorden van prof. Greijdanus, geciteerd in het vijfde artikel in deze serie. Dat is gereformeerde, gelovige, Bijbelse taal.

In die zelfde jaren gaf Schilder ook belangrijke kritiek op de leer van dr. Karl Barth. Hij toonde aan dat Barth, net als Geelkerken, aan die drie bovenstaande kenmerken van Schriftgezag ook helemaal niet voldeed. Karl Barth leerde o.a. (we zeggen het hier heel kort) dat de Bijbel niet Gods Woord is maar dat in de Bijbel wel Gods Woord naar je toe kan komen. Heel persoonlijk, op grond van jouw ervaring en gevoel. Toch heeft Barth in de wereld van de theologie grote naam gemaakt. En zijn leer is in grote delen van de zogenaamde kerkelijke wereld doorgedrongen. (Zelfs aan de TUA en destijds in Kampen wordt hij beschouwd als een waardevol theoloog om van te leren).

CGK
Jarenlang hebben onze kerken, de GKv, contact gehad met de Christelijke Gereformeerde Kerken. Daar trad in de jaren zeventig een professor op die ongeveer hetzelfde beweerde als dr. Geelkerken. Dr. B.J. Oosterhoff. Op de generale synode van Arnhem 1981 werd over die leer gesproken. De synode wees die leer opnieuw duidelijk af, handhaafde de uitspraak tegen Geelkerken en waarschuwde de CGK. Helaas hebben de CGK de leer van dr. Oosterhoff niet willen veroordelen. (Er werd met hem ‘gesproken’).

In de jaren negentig publiceerde in de CGK dr. B. Loonstra zijn zienswijze op het gezag van de Schrift. Dr. Loonstra stelde dat een letterlijk historische aanvaarding van heel veel Bijbelgedeelten benadering van veel Schriftgedeelten niet meer paste bij de wetenschap en cultuur van vandaag. Ook zag hij een probleem in vermeende tegenstrijdigheden in de Bijbel. Voor de postmoderne mens is dat allemaal niet meer geloofwaardig. Dat botst met de hedendaagse opvattingen. En dat staat evangelieverkondiging in de weg. In plaats daarvan moet je veel Bijbelse geschiedenis symbolisch uitleggen. Metaforisch: als beeldspraak. De deputaten in de GKv, die zich bezig hielden met kerkelijke eenheid, hebben er de CGK op gewezen dat art. 7 NGB op die manier zijn inhoud verloor. Maar ook met dr. Loonstra werd niet gehandeld. Later bleek ook prof. dr. H.G. Peels, destijds hoogleraar aan de TUA, in de sporen te gaan van prof. dr. B. Oosterhoff. Door Genesis 1-3 niet exact historisch te willen opvatten. Hij zocht aansluiting bij de wetenschappelijke theorieën over ouderdom en wording van de aarde.

GKv
In de tweede helft van de jaren negentig nam prof. dr. A.L.Th. de Bruijne de visie van Loonstra over en ging daarbij nog verder. Heel veel Bijbelse geschiedenis moeten we metaforisch lezen en uitleggen. Maar ook zou het heel goed kunnen dat Paulus fouten heeft gemaakt waar hij het Woord van God aanhaalt en toepast! (Was het woord van Paulus niet zelf Gods Woord?)

Prof. De Bruijne is hoogleraar ethiek, dat is de uitleg en toepassing van  Bijbelse leefregels.
Ook Bijbelse leefregels moeten volgens hem voor en groot deel gezien worden als metaforisch. Geen geboden in eigenlijke zin maar een soort voorbeelden. In die zelfde jaren komt de zogenaamde ‘gemeente-ethiek’ naar voren . Gemeente-ethiek wil zeggen dat de gemeente de ruimte heeft om allerlei Bijbelse leefregels naar eigen hedendaags inzicht toe te passen. Tel die zaken bij elkaar op en we zien de verwoestende werking van die theorieën.

Er is destijds in de kerken wel over geschreven en er is ook bezwaar gemaakt [v] De bezwaren werden niet toegekend en met dr. De Bruijne werd niet gehandeld. Het is de achtergrond waartegen besluiten zijn genomen op de GS te Zuidhorn, 2002/2003 en van de Vrijmaking van 2003.

En er was nog meer. In het verband van de kerken die we hebben moeten verlaten, voor sommigen nog maar kort geleden, valt te denken aan de ruimte die de zogenaamde kadertheorie kreeg: het scheppingsverhaal zoals dat in de Bijbel staat is een kadervertelling. Een soort raamwerk om op een menselijke wijze te vertellen wat misschien niet echt zo gebeurd is. Ds. J. Doedens, en ook prof. dr. J. Douma droegen uit dat we Genesis 1-3 moeten lezen op literaire wijze: een prachtig geformuleerd verhaal. Zonder dat het precies zo gebeurd is en met ruimte voor een oerknal.

Dr. Koert van Bekkum leert (2010) dat we de wonderen uit het Oude Testament, uit Jozua 9-13,  niet letterlijk zijn gebeurd maar een oosterse manier van  vertellen.

Dr. H. Burger heeft geschreven (2014) dat het offerkarakter van  Christus’ dood aan het kruis niet juist is. Het zou teveel een  Middeleeuwse, sterk juridisch gekleurde overtuiging zijn. Maar het gaat niet om voldoening door verzoening.[vi] Dat verhaal gaat er in onze tijd niet meer in bij de moderne mens.

Allemaal voorbeelden van dwaling vooral ín de kerk en voor wat tot zeer kort geleden nog kerk was. Men liet het woord niet staan. Men wees en wijst het af als gezaghebbend. Het moet ons buitengewoon waakzaam en oplettend maken. 
En dit bid ik dat uw liefde nog steeds overvloediger wordt in kennis en alle fijngevoeligheid, opdat u kunt onderscheiden wat wezenlijk is, opdat u oprecht bent en zonder aanstoot te geven tot de dag van Christus, vervuld met vruchten van gerechtigheid, die door Jezus Christus zijn, tot heerlijkheid en lof van God.” (Filippenzen 1: 9-11).

In een afsluitend artikel willen we nog aangeven wat het gezag van het Profetische Woord betekent voor ons dagelijks leven in het Verbond en in de Kerk van Christus.


[i] Zie ook ‘Voor Christus en de Kerk’, over de geschiedenis van de gereformeerde predikantenopleiding, aflevering 6, op deze website
[ii] Geciteerd via ds. P.K. Keizer, Kerkgeschiedenis II
[iii] Zie ook artikelen op deze website onder de titel ‘Kerkelijke gemeenschap’
[iv] Een hoornstoot tegen Assen? (Antwoord op een ‘conscientiekreet’) (tweede druk) ,Kok, Kampen, 1929, pag.44, verkrijgbaar o.a. via www.reformata.nl
[v] zie o.a. REFORMANDA 2003, Jrg 13, nr. 38, artikelen van br. A. Capellen
[vi] In ‘Cruciaal’ , Buijten en Schipperheijn bv drukkerij, 2014

Pdf maken (via Printen)