7 JUNI 2026 – VERLAAT MIJ NIET

by S. de Marie | 7 juni 2026 05:00

LEZEN: Ps. 38: 1-23 … HEERE straf mij niet in uw grote toorn … er is niets gezonds … Maar op U, HEERE, hoop ik … Ik ben bekommerd vanwege mijn zonde … Kom mij spoedig te hulp, Heere, mijn heil ….

David ondergaat een ernstige ziekte en uit drie klachten. De eerste klacht is dat hij zijn ziekte ziet als terechte straf van de HEERE op een ernstige zonde door hem begaan. In die ziekte voelt hij zich als het ware verbrijzeld worden, niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk.

Vs. 4: “er is geen vrede in mijn beenderen”; vs. 5: “mijn ongerechtigheden gaan mij boven het hoofd”. David doet dan een beroep op de HEERE dat Hij toch weet hoe ernstig hij eraan toe is (vs.10).

David roept tot de HEERE dat hij zijn ziekte ziet als gevolg van zonde, en  belijdt tegelijk de zonde tegenover Hem, in de hoop op vergeving.  

De tweede klacht is dat zijn geliefden en vrienden zich van hem afzijdig houden, ze zoeken hem niet op (vs.12v). Van hun kant komt er geen troost. Zijn tegenstanders proberen zijn ziekte zelfs te gebruiken voor hun doel: hem treffen en uitschakelen. Hij moet hun aanklachten en beschimpingen aanhoren zonder dat hij erop kan reageren met een weerwoord (vs.14).

In die zware beproeving dat vriend en vijand hem in de steek laten of proberen uit te schakelen, doet David een dringend beroep op de HEERE: “Maar op U, HEERE, hoop ik, Ú zult verhoren, Heere, mijn God!”

Daarmee getuigt David van zijn rotsvaste vertrouwen op de HEERE. Hij weet zich zondig, maar beseft ook dat zijn enige redding bij de HEERE te vinden is, zeker nu allen hem in de steek laten.

Vervolgens uit David zijn derde klacht: ik dreig te struikelen, maar daar verheugen mijn vijanden zich over. David wil de HEERE de ernst van de situatie laten weten. Hij vraagt vergeving: hij is bekommerd om zijn zonden en weet dat hij de HEERE onrecht heeft gedaan.

Nu hij vergeving vraagt mag hij ook verwachten dat de HEERE hem niet langer zal straffen. Tegelijk ziet hij dat zijn vijanden hem dood wensen. Daarom belijdt hij in zijn nood zijn afhankelijkheid van de HEERE: “Kom mij spoedig te hulp, Heere mijn heil!” Ook deze psalm wordt ons op de lippen gelegd om onze hulp steeds bij de HEERE te zoeken.

Ken je zelf zulke momenten?                                

Zingen: Ps. 38:1,9,11

Source URL: https://www.bouwen-en-bewaren.nl/2026/06/07/7-juni-2026-verlaat-mij-niet/